Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het provinciale Hof verzoeken om de copie van het voornoemd oordeel.

D. Hartenbergius rapporteert uit naam van Petrus Austrosylvius, dat hij al ver in 't werk gekomen is. Ieder classis wordt vermaand conform artikel 27 der synode van Alkmaar 1626, één predikant te nomineeren om het conjunctim [gemeenschappelijk] te visiteeren. D. Austrosylvius zal door het schrijven der gedeputeerden vermaand worden, hetgeen nu bij hem gereed is door de visitatoren zijner classis ter hand te stellen aan de geëligeerde visitatoren, en voorts het werk met den eersten te volvoeren.

De synode van Hoorn 1629 (art. 9) constateert stilstand van het werk.

D. Austrosylvius heeft grooten onlust tot het werk. De synode zal hem ontbieden om hem te „couragieeren". „Op de saecke van Jaques Outerman rapporteeren de Gedeputeerden, dat de Professoren bleeven bij haer gegeeven oordeel, en niet en wisten van eenig contentement hun waerden in deesen gegeeven".

In die vergadering compareert Austrosylvius. Hij wordt door den aard van het werk genoodzaakt, invita Minerva [zijns ondanks] te arbeiden. En verzoekt een helper, die het werk formeere. De synode benoemt als zoodanig den beroemden Abraham è. Dooreslaer, eveneens predikant te Enkhuizen. In een volgende zitting wordt deze na aarzeling bereid gevonden 1).

In de synode van Enkhuizen 1630 (art. 34) doet de praeses, toevallig h Dooreslaer zelf, verblijdende opening van zaken. Kort voor het aangaan der synode zijn hem door Austrosylvius ter hand gesteld theses en antitheses

1) Schreef een verdienstelijke bijbelvertaling, Nieuwe vertaling der H. S. met verclaritigen ende annotatien van Kmamiel Tremellius, Franciscus Jut mus Theod. Beia en Joh. Piscator, Amst. 1G14. (Vgl. I. Ie Long, Boekiaal der Nederduijtsche liijbels, 753, 756.) Kn Christ. ende schriftel. aenspraken aen de gein. Ie Euckliuyzen, Enckh. 1655.

Sluiten