Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook boven Arastel en Spaarne de Brielsche stellingen voor studenten in zwang waren.

Deze onderstelling bevestigt de synode van Hoorn 1701 (art. 23). Zij bleef waken tegen een nieuw geschrift van Roëll, „Wijsgeerige verhandelingen over de natuurlijke godgeleerdheid" '). En vulde twee bladzijden notulen met dwalingen, uit dat boek getrokken.

De kerkelijken van Gelderland, Utrecht en Overijssel werden langzamerhand zachter jegens Roëll gestemd. Behalve Holland waren vooral Stad en Lande en Zeeland zeer opposant2). In de synode van Enkhuizen 1702(art. 25) werd een brief der classis Walcheren van 13 Juli 1702 aan de synoden van Noord- en Zuid-Holland voorgelezen. „Betuigen hare smert over de onderneminge van de Professor Roël, en wenschen dat alle middelen mogten worden bij der hand genomen, om die stellingen die tegen Gods Woord, en de Formulieren van enigheid aanlopen, te weeren".

Tot aan den Franschen tijd zou in de Noord-Hollandsche synodale notulen de naam van professor Roëll vermeld blijven, geteekend met de zwarte kool der onrechtzinnigheid ;!).

1) Het art. vermeldt: «Dissertationes philosophicae de Theol. naturali etc. !• ranekei' 1700 . Iledocld is Dissertationes pbilos. de theologia naturali duae, de ideis imiatis una, Gerardi cie Vries dialribae opposita. Fran. 1700.

2) In de Gron. synode van 1695 (art. 30) werden vragen betreffende Hoëll voor aanstaande predikanten vastgesteld. Over Walcheren zie J. J. Hrahé, Aanmerkingen over de vijf Walchersche artikelen, voorrede bi/.. 7.

3) Van Hoorn, praefatio : Controversia, quae ecclesiam Neerlandicam »per triginta amplius annos" perturbavit. Maar nog in 1720 publiceerde prol. Anthonius Driessen op verzoek der synode van Slad en Lande zijn «Ontwerp van bet aangenomen gevoelen der Kerk en dat van den heer prol. Hoëll, betreflende de eeuwige geboorte des Zoons uit den Vader". Op verzoek der Zuid-IIollandsche synode schreef in 1723 de theologische faculteit te l.eiden een uitvoeriger Judicium occlesiasticuin, f|uo npiniones quaedain cl. II. A. Roëllii synodioe dainnatae suilt, laudatum a 1'rolcsnoribus theolo-

Sluiten