Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acten werden na het houden eener synode in iedere classis voorgelezen.

Inzonderheid de eenheid der Gereformeerde kerken in Nederland is in dit opstel voorwerp van onderzoek. Niet steeds en niet allerwege kantten de politieleen zich tegen saambinding. Soms viel het tegendeel in hen te eeren. In de synode van Edam 1715 (art. 26) las Friesland „ex actis [uit de acten] dat de H. H. Commissarissen de respective classen hadden gerecommandeert, daarop meer en meer aan te houden, of de tijd nog eens geboren wierd, dat er in alle kerken van Nederland, Een Eenparige Enigheid mogte werden gestabilieeert".

De acta der synode van Amsterdam 1724 (art. 18) verklaren: „Alle de Classen wenschen de uniformiteijt" der Kerk. Noord-Holland zal dus wel zeer betreurd hebben, dat Groningen jaren lang met Utrecht en Overijssel geen correspondentie onderhield ').

Het streven der kerkelijken naar eenheid van de Gereformeerde kerken in Nederland vond haar hoogsten vorm in de onderteekening der drie formulieren van eenigheid. De Dordtsche synode van 1619 had niet ganschelijk gebracht wat men vurig gehoopt had, de eenheid der kerken. Want buiten haar schuld miste zij opvolgsters, welke die eenheid typeerden. Maar de groote synode had gegeven wat zij geven kon, de volle bekrachtiging der leereenheid. Deze bevatte in geest en hoofdzaak het Dordtsche ideaal, de eenheid der kerken. De onderteekening der drie formulieren, niet in enkele maar door alle provinciën, strekte allermeest tot behoud van het Gereformeerd beginsel, gelijk het te Dordt na harden kamp gezegevierd had. „De genade vindt geen uitverkorenen, maar maakt uitverkorenen" (Augustinus).

Van stonde aan in de eerste levensjaren der Kerk,

1) Synode van Edam 1715 art. 26, in margine: Correspondentie van Groeningen met Utrecht en Overijssel.

Sluiten