Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de Waalsche kruissynoden van 1561—'66, werd de Nederlandsche belijdenis des geloofs door predikanten, ouderlingen en diakenen onderschreven. Van de kinderen der ballingschap zijn geen desbetreffende berichten tot onze kennis gekomen. In de eerste decenniën van Neerlands vrijheid, de jaren 1572 — 1600, wordt in synoden, classen en kerkeraden de oude usantie hernieuwd of ingesteld. Waar Oranje vrijheid bracht, richtte de Kerk classes op, en voerde men onderteekening van confessie en catechismus in. Niet zonder grond mag worden ondersteld, dat omstreeks 1600 althans in de meeste classen het onderteekenen kerkelijke zede was.

De Remonstrantsche strijd stelde in helder licht,, hoe ernstig het fundament de leer der Kerk door politieken en kerkelijken bedreigd werd. Al wat rechtzinnig was, zag angstig om naar een middel tot beveiliging deigeloofsleer. Onderteekening der formulieren, te Dordrecht tot een trits uitgebreid, scheen afdoend verweer te zullen zijn. Het Dordtsche onderteekeningsformulier ') met zijn nauwe mazen was eenmaal kind en eisch zijns ttfds.

Nog spiegelt de hartstocht waarmee het werd opgesteld zich af in het formulier, dat door een latere Dordtsche synode opgesteld en door de Haarlemsche synode overgenomen werd. Predikanten verbonden zich door onderteekening daarvan, niet in te gaan op particuliere vredesvoorslagen met de Remonstranten 2). Het formulier van 1627 dat jarenlang in zwang bleef, was nog een bevestiging te meer van het formulier van 1619. Dit laatste werd gedurende twee eeuwen door candidaten en predikanten onderteekend Doorloopen wij slechts de achttiende eeuw, tot constateering van dit feit. Daarbij vernemen wij in Noord-Holland, wat gansch Nederland doet.

1) Zie IX § 4, bli. 172 v.

2) Zie IX § 7, blz. 251-257.

Sluiten