Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een heele reeks bepalingen of constateeringen dier onderschrijving trok reeds aan onze aandacht voorbij. In Utrecht onderteekenden zelfs ouderlingen en diakenen. Ook vonden wij meermalen van schoolmeesters en prae ceptoren der Latijnsche scholen gewag gemaakt. In Overijssel moest elk van buiten inkomende predikant de formulieren onderteekenen.

„Al de E. Classen onderteekenen deselve".

Beteekent deze Noord-Hollandsche uitdrukking, dat de Overijsselsche zede, schoon zonder uitdrukkelijke vermelding, ook in Holland gevolgd werd? Of beduidt ze slechts, dat de classen zorgden voor de onderteekening door proponenten? Korter gevraagd: Onderschreef men de formulieren eenmaal als proponent, of meermalen bij iedere verwisseling van standplaats?

Niet met afdoende zekerheid voor het gansche land, maar met gewisheid voor Holland en met hooge waarschijnlijkheid voor Nederland kan deze belangrijke quaestie opgelost worden. In het confessieboek der classis Alkmaar dat we bespraken l) prijken twee namen van predikanten, die beiden binnen die classis hun tweede standplaats kwamen bekleeden. „Jacobus Triglandius I. F. [Iacobi filius] Predicant binnen Alckmaer [in margine „1648 Aug". Op volgende bladzijde:] 1653 den 9 Januari Theodrus a Brakel, Predicant aen den Burch op Texel". Trigland kwam van Muiden, Brakel van Beers.

Nu waren de zes classen zeer eenvormig in kerkelijke handelingen. Hieruit blijkt dus met zekerheid, dat in Noord-Holland oudtijds iedere predikant die van elders inkwam, in de classicale vergadering de formulieren van eenigheid onderschreef. Het stilzwijgen hieromtrent in de synodale acten is welsprekend. Overijssel staat niet alleen. Ook in dat opzicht geschiedde meer dan genotuleerd werd. Allerwaarschijnlijkst was de Overijsselsch-Holland-

1) Zie 1X. ^ 7 blz. 254 v.

Sluiten