Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche usantie die van het gansche land. Eertijds teekende een predikant de confessie bij zijn ambtsaanvaarding en voorts bij iedere verwisseling van standplaats.

De verordeningen of constateeringen der onderschrijving die wij bespraken, noemden geen namen of golden vooral leeraars. Daarenboven komen besluiten voor, die proponenten en hun examina betreffen.

Twee examens ontsloten den toegang tot het treffelijk ambt. Het praeparatoir of voorbereidende, waardoor men proponent werd en „toegelaten tot de openbare predicatien voor de gemeente". En het peremptoir of volledige, waardoor men recht kreeg om het beroep op te volgen. Friesland kende uitsluitend het laatste. Aanvankelijk hebben zoowel kerk als academie geëxamineerd. In de zeventiende eeuw werd eerst het peremptoir, later — behalve te Groningen — ook het praeparatoir examen aan de hoogleeraren ontnomen. Uitsluitend de classes examineerden ').

Volgens een resolutie der Staten van Holland moest een predikant minstens vijf en twintig jaar oud zijn. En de Noord-Hollandsche synode bepaalde: Theologische studenten die zich tot het examen praeparatoir begeven, zullen twee jaar van tevoren membra ecclesiae [leden der kerk] moeten zijn, gelijk in Zuid-Holland, Utrecht, Friesland en Groningen 2).

Voorts bevatten de acta der synode van Haarlem 1663 het rapport:

„49. Op den 49 articul vande examina praeparatoria en peremptoria aengevraegt sijnde, verclaeren alle de classen gesaementlijck, dat sij de examina stricktelijk doen".

1) I)r. J. Reitsina, Ges. v. d. Hervorming en dc Herv. Kerk d. Ned.,2de uiig. Gron. 1899, 258—'260.

2) De synode van Edain 1667 art. 38 bevat de lesolutie der Staten van Holland. De acta der synode van Amsterdam 1694 art. 48 bevatten het Noord-Hollandsch synodaal besluit.

Sluiten