Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

integendeel hatelijke en aanstotelijke uitdrukkingen in gevonden worden; maar zullen echter den schrijveren en uitgeveren moeten aanwijzen, waar die uitdrukkingen staan, en welke zij zijn".

Overtuigend blijkt, dat de oude Gereformeerde kerk van geen boekuitgaven zonder kerkelijke goedkeuring wilde weten. Beperkte, niet volstrekte persvrijheid stond ze voor. Tot behoud der bijbelleer, in confessie en catechismus vervat.

Het Latijnsche woord voor ongebonden uitgelatenheid, teugel- en tuchteloosheid, losbandigheid, „licentia", schonk den naam aan het in de synodale acten steeds veelvuldiger voorkomend lemma of artikelopschrift „licentieus boekdrukken"

1) De naam van het artikel werd ontleend aan het plakkaat «tot beteugeling van de groote licentie". Op het artikel «Indische zaken" komt voor : Een predikant wordt »gelicentieert" om naar het vaderland te gaan. Enkhuizen 1732, art. 30 of later. Van uit staatkundig gezichtspunt Dr. C. Stpp, Het staatstoezicht op de godsd. letterkunde in de noordel. Nederlanden, Leid. 1891.

Soms werden de politieken zeiven aangevallen. Synode van Enkhuizen 1750, art. 16 licentieus boekdrukken. De heer Abr. Henrik van Hees, president in den Hoogen Raad, heeft zich bij de Hollandsche Staten beklaagd over een fameus libel van vier Overijsselsche predikanten tegen hein, te weten Dionisius van der Keesel, Theodorus Hogenberg, Wilhelmus van Zutphen, en Johannes Camerling, predikanten te Deventer, Kampen, Zwolle en Steenwijkerwold, deputaten der Overijsselsche synode, naar aanleiding van zijn gedrag als Commissaris politiek op het synodus van Z-IIolland naar aanleiding van Schortinghuis' »Het innig christendom". De Staten onderzochten de zaak, en handhaafden van Hees nadrukkelijk. Titel van het libel: «Openinge van het voorgevallene in de corresponderende synodens omtrent bet Overijsselsche verzoek, betrekkelijk tot de zaak van D. Schortinghuijs Boek, genaamd het innig christendom, aan Haar Ed: Mog: de Heeren Staaten van Overijssel, den 17 Maart 1750, gedaan door Deputaten Synodi Transysalaniae". De leden der Z-Hollandsche synode hoorden smet veel verontwaardiging en tot hun uijterste droefheijt, tot welk eene trap van Buijtensporigheijt, de al te grote Licentie der drukperse in de Provincie

Sluiten