Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de synodale resolutie betreffende de Delftsche bede op te teekenen. Wellicht nam men heel geen besluit. Reeds de vermelding zelve der Dordtsche formule teekent.

Ten aanzien van het licentieus boekdrukken handelden de Staten der provinciën verschillend. De acta van Edam behelzen:

Utrecht had vergeefs een request aan de Staten gepresenteerd, „met annexeering van 't placcaat van de Heeren Staten van Holland en Westvriesland van den 1 Meij 1773". De Staten van Friesland voorzien daarin „wijs en loffelijk".

Om tot Noord-Holland terug te keeren: „Haarlem wordt verzocht om te vigileren tegen zeker aanstotelijk boekje dat na 't emaneeren van 't bovengemelt Placcaat uytgekomen en gedrukt te Hoorn bij Tjallingius, en of dit nog niet genoeg waare, door den zeiven Tjallingius eigenhandig is ondertekent, tot titel hebbende de Bekkeriaanse dooling op eene proefondervindelijke wijze wederlegt etc. als zijnde van dien aart, dat daar in de publicque Kerk gehoont, de voorstanders der zuijvere Geloofs Leer op een ruuwe wijze werden aangevallen, en aan den spotgeest de ruijme teugel wort geviert".

Voorts wenscht de classis Haarlem, dat haar van hooger hand exemplaren der placcaten mogen worden toegezonden, gelijk ze drie exemplaren ontving van het placcaat van 1 Augustus 1761.

De quaestie Kleman is in de synode van Alkmaar 1776 in beginsel beslist. In artikel 14 prijken vijf bladzijden woordelijk overgenomen uit de acta van ZuidHolland. Zij leeren hoe de classis 's Gravenhage zich geweerd heeft tegen Kleman en zes geestverwante predikanten, die zich op de Staten van Holland beriepen. De Remonstrantsche methode van strijd voering. Dezen gaven de classis vrijheid, de approbatie van Kleman's „Order des heils" weer in te trekken, en niet te approbeeren „Verdediging van de order des heils". Aldus is

Sluiten