Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de welke die zaak zoo behandelt was, dat hun Ed: Mog: ook in dit geval doorslaende bewijsen hebben gegeeven van der selver volvaerdigheid om onse Kerkleer en Christelijke vergaderinge tegen zulke smaders en smaatschriften zeer nadrukkelijk te handhavenen, waar voor hun Ed: Moog: uit naam van de Classis, door den praeses plegtig waren bedankt geworden".

Kerk en staat waakten tegen kwade boeken.

In de synode van Enkhuizen 1780 (art. 20) berichtte de classis Amsterdam, dat in den zoogenaamden lievindelijken brief van Paulus Dortsma Tertius en de twee brieven aanstootelijke dingen gevonden worden. De kerkeraad van Amsterdam daartoe door haar aangezocht, benoemde gecommitteerden tot onderzoek. Dezen hebben een en ander gevonden, dat hen geweldig geërgerd heeft. Vooral het spotten met de leer der erfzonde, en het ten toon stellen van andere „caraktiseerende" leerstukken van onze Kerk als louter menschelijke uitvindingen. Door den praeses en zijn ouderlingen zou de kerkeraad aan burgemeesteren kennis geven.

„Dog dat eer die commissie was volbragt, het gemelde boekje reeds op order van H.H. Burgermeesteren was opgehaalt, zoo dat den kerkeraad zig verblijd over den ijver der Regering ter handhaving van den gods-dienst, waar in de Classis heeft deel genomen, en besloten dit aan de Christelijke Sijnode te berigten".

Gotthilf Samuël Steinbart hoogleeraar in de godgeleerdheid en wijsbegeerte te Frankfort a/d Oder, was op zijn wijs óók een voorstander der symbolische boeken. Hij wilde ze enkel gebruiken om het volk te vleien, en zoo „de kerk in de kerk te hervormen". Deze bedrieger maakte door zijn werken zich zelf als bijbelvijand openbaar. Onder indruk van Voltaire's geschriften volslagen

Sluiten