Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eén van Saurins ambtgenooten Armand de Lachapelle beoordeelde in een driemaandelijksch tijdschrift zijn verhandeling zeer ongunstig '). Niet weinig misleidde hij het oordeel van het publiek. Ook was het onderwerp delicaat, en deed van verre denken aan de opkomende aanvallen tegen God en godsdienst. Bovendien klaagde de kerk van Utrecht terecht op de Mei-synode te Kampen 1730, dat Saurins verhandeling niet geheel naar behooren kerkelijk was nagezien 2).

Saurin's «notre pensée» bevat. Billijk jegens Saurin en den tegenwoordigen lezer is dat niet.

Pensée beduidt zoowel «meening» als «voornemen». Het zinverband maakt in den regel de keus tusschen beide vertalingen licht. Hier nu moet «notre pensée» worden overgezet door «onze bedoeling met het schrijven dezer verhandeling». De lezer oordeele.

Saurin IV 322. «Nous hazardons d'abord notre pensée d'une manière vague et générale, avant que d'entrer dans un plus grand détail: la voici. Quand un cas de conscience est si difficile, qu'il partage les plus grands Génies, il doit être un sujet de tolérance, et non de désunion».

Ziedaar dus de pensée, het oogmerk van den schrijver. Verdraagzaamheid, als de geleerden het oneens zijn. Andermaal na zijn Dissertation bij zijn exodus uit het wespennest, onder het opschrift nog wel «Jugement de 1'Auteur, sur les deux differens systèmes qui viennent d'être proposez», jubelt hij dan ook victorieus (p. 346):

«Or nous avons établi comme un axiorne de morale, que quand un cas de conscience est si difficile qu'il partage les plus grands génies, il doit être un sujet de tolérance, et non de désunion. Le cas de consciense que nous venons d'exaininer, nous paroit êlre de ce genre: c'est tout [hear hear! c'est tout] ce que nous voulions prouver».

Ware Huet's opvatting van «notre pensée» juist, dan had Saurin zij het dan sub rosa hier moeten juichen over het goed recht van de noodleugen.

Dr. C. Sepp, Bibliotheek 379. «Vooral, dat hare beoordeeling [dr. van Oosterzee's pennevrucht] ons eene proef van fijne historische kritiek schonk in het geschrift van C. Busken Huet: Jacques Saurin en Théodore Huet 185r>, een der eerste vruchten van een aesthetisch en kritisch talent, dat zijns gelijke in onze letterkunde niet heeft». Met dezen uitbundigen lof kon ik gemakkelijker instemmen toen ik Huet's critiek vluchtig las, dan toen ik haar op een cardinaal punt toetste. Veritatis ergo 1

1) Bibliothèque raisonnée, t. II p. 209—219, et t. IV p. 206—226.

2) Livre synodal, contenant les Articles résolus dans les synodes des Eglises Wallonnes des Provinces Unies des Pays-Bas. Ook na 1688 zijn deze Handelingen gedrukt en in het archief van iederen Walschen kerke-

9

Sluiten