Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met alle zorgvuldigheid hebbe te waken, ook tegen hetgeen heimelijk in de Kerk zoude mogen insluipen" l).

Gematigder drukte zich uit de Noord-Hollandsche synode van Amsterdam 1730 (art. 18) in een artikel, dat echter aanspoorde tegen het Remonstrantisme te waken, en dat sprak van „verdachte Academien met Remonstrantischen gevoelens besmet". Zij verheugde zich over ijver en oplettendheid der christelijke Waalsche synode, die onderzocht de redevoeringen van Mr. Saurijn aangaande de gevaarlijke stellingen van de gedienstige leugenen, die hij meende in de Heilige Schriften gestaafd te vinden. Daarvoor werd de Waalsche door de Noord-Hollandsche synode per brief bedankt.

Was Saurin dan een verkapte Arminiaan?

Keeren wij tot de Waalsche synode terug. Bij die van 's Gravenhage 31 Augustus 1730 en volgende dagen diende Saurin eerst een verklaring in, waarin hij zich omtrent de goddelijke heiligheid hield aan wat hij schreef in zijn Catéchisme. 7 September volgde een tweede verklaring, omtrent Gods waarheidsliefde en der menschen gehoudenheid tot waarheid spreken. Deze bevredigde de synode en beeindigde de zaak 2).

1) Zie den briel in Aanteekeningen uit de synodale vergadering van Zuid-Holland van al het voorgevallene in de zaak en leer der Remonstranten (1619—1777), in Kist en Royaards, Achief voor kerkel. ges., VII (1830) 28!»—292. En de Fransche vertaling in de Articles synodaux.

2) Het teekent tijden en zeden, dat niet Saurin's leer, maar toch wel de leer omtrent de noodleugen, ten minste in haar uiterste gevolgtrekkingen, door het Hof van Holland bij publicatie van 16 Juli 1731 veroordeeld werd. Huet, 88-91.

In het derde deel van een soort tijdschrift Critique desintéressée des journaux littéraires et des ouvrages des savants koos de heer Franpois Bruys weldra partij voor Saurin op een wijs, die de Waalsche synoden en Waalsche predikanten van den Haag grievend kwetsste. Saurin zelf heeft alle ruggespraak inet Bruys herhaaldelijk en plechtig geloochend. Eerst in een aankondiging in de Leydsche Courant van 13 Oct. 1730, toen in een uitvoerige memorie ingediend bij het Hof van Holland, en laatstelijk op zijn sterfbed 30 Dec. 1730.

Sluiten