is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerdes, die de Hernhutters bestreden, handelde met name ook de Zuid-Hollandsche synode tegen hen. De synode van 1739 verklaarde hun leer schadelijk als op verderfelijke droggronden rustende, en vermaande alle classen tot waakzaamheid. Dienaangaande bevaten de notulen der synode van Edam 1739:

41. Hernhutters. Zuid-Holland heeft zich op twee vragen aldus geuit: 1 Waarvoor de Hernhutters te houden waren? Niet als rechtzinnigen, en dus niet tot onze Kerk behoorende. 2 De middelen tot stuiting. Predikanten be* hooren te waken, en zich bij hun magistraten te adresseeren. Hun hoofd Baron van Watteville „vond niet raadsaam, een nieuwe belijdenis als van den graaf van Zinsendorf op te stellen".

De kerkeraad van Amsterdam schreef tegen hen een vaderlijken en herderlijken brief [ten leiddraad voor de gemeente die over de Broeders oneenig was]. Een brief van den kerkeraad van St. Thomas gedateerd 5 September 1738 meldde, dat één hunner aldaar gedoopt had. Was dat niet leekendoop, en onwettig?

Hartstochtelijke liefde tot den Heiland verhief de Hernhutters oorspronkelijk boven de verscheidenheid der kerkelijke geloofsbelijdenissen. Symbolische boeken bezat de broeder-uniteit eerst niet. Doch de kerkelijke wereld waarin zij optrad, was nog confessioneel, niet interconfessioneel. Bij haar uitbreiding moest de gemeente zich dus wel splitsen in een Boheemsche, Luthersche en Gereformeerde fractie. Bovendien namen de Broeders de Augsburgsche confessie als symbolisch geschrift aan. Zij wordt jaarlijks op den 25s>en Juni, den jaardag derovergifte in 1530, in alle gemeenten voorgelezen. Ook teekenden zij in 1729 te Herrnhut het Notarieel instrument. En beschreef graaf von Zinzendorf, naar den leiddraad van de achtentwintig artikelen der Augsburgsche geloofsbelijdenis, de leer der Broederen ').

1) tligte en regte geloofsbelijdenis van den hoog welgeboren Graaf en