Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meer dan wij thans gevoelde het voorgeslacht den band aan geloofsgenooten. Dit was vooral in Frankrijk het

geval. De gereformeerde kerken vandat koninkrijk streefden

zelfs naar vereeniging met de Lutherschen. Hoeveel te meer zochten zij geloofscorrespondentie te onderhouden met godsdienstverwanten in engeren zin, de Gereformeerden van alle landen. Met Nederland inzonderheid. Eén Christus, door zijn Woord en Geest regeerende over één Christenheid. Ziedaar het ideaal, dat de oude Heivormden welbewust najaagden.

In de Fransche synode van Gap 1 October 1603, was het eerste punt der agenda dat aan de orde kwam het Examen van de belijdenis des geloofs", in elf artikelen kort opgeteekend. Dat examen was een plechtige revisie der Fransche confessie, aan de Dordtsche herziening van 1619 in beginsel gelijk. De synode, de artikelen 18, 20 en 22 der confessie betreffende onze rechtvaardiging vooi God besprekende, verfoeit (deteste) de dwaling van hen, die ontkennen dat de actieve gerechtigheid en de volmaakte gehoorzaamheid van Christus ons wordt toegerekend tot rechtvaardigheid (art. 2). Tegen den Nassauschen piofessor Johannes Piscator dien wij op de Dordtsche synode leerden kennen, zijn ook de artikelen 3 en 4 gericht.

Zelfs schroomde de synode te Gap niet, een geheel artikel tegen den paus in de belijdenis der 40 artikelen op te nemen. De Dordtsche revisie zou lang zoo ver niet gaan. Artikel 6 luidt: „Het artikel betreffende den Antichrist zal in de Geloofsbelijdenis worden ingelascht, om het 31ste te zijn, in deze woorden". Waarop volgt het zondenregister van den valschen Christus. Wat latei in de synodale vergadering wordt nog gesproken van groote onrust, door het nieuwe artikel Hl gewekt. De synoden van 1603 en 1607 handhaafden het niettemin. Een renegaat wiens schandwoord berucht werd „Paris vaut bien une messe" zat op den troon van Frankrijk. Matiging der verongelijking hadden zijn voormalige ge-

Sluiten