Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welk liefelijk beeld der geloofseenheid rijst ons uit dorre notulen voor de aandacht. En hoe zuiver christelijk hebben de Fransche kerken, aan Nederland vragende of zij wat den zin van Gods Woord betreft soms mis zagen, voor de majesteit der Schrift zich gebogen.

Toen de acten der nationale synode van Dordrecht 1578 op een particuliere synode te Rotterdam 1581 gelezen werden, gaf dit aanleiding om allerlei viagenvooiloopig te beantwoorden. Als voorstellen zou men ze latei aan een toekomstige generale synode indienen. Dordt had bepaald: De dienaren des Woords en professoren der theologie zullen de belijdenis des geloois der Nederlandsche kerken onderschrijven. Rotterdam wenschte de toevoeging: „dat de rectoren ende andere schoolmeesters de Belydinge des geloofs oock behooren te onderteeckenen". En ordonneerde: „sal datselve articule nyet alleen om de eenicheyt der leer [de Dordtsche drangrede |, maei oyck om de gesuntheyt derselve te betuygen int werck gestelt worden, daer noch nyet geschiet soude mogen syn . Voorts beveelt zij deze zaak aan de classen zeer aan. -Wel nu, een andere Rotterdamsche synode in 1605, hernieuwt het besluit van 1581 letterlijk. Want de gezondheid der leer begon ernstig bedreigd te worden.

De synode van Gorkum 1606 verstond gaarne, dat door de Staten Generaal aan de kerken acte van consent der generale synode gegeven was. Evenwel, „persisterende bij de suij verheit der lere voorseijt", verzocht en belastte zij de dienaren welke op de voorbereidende vergadering [conventus praeparatorius] verschijnen zouden,

met zoovele woorden als stuk van kerkelijke belijdenis beleden wordt, dat ,1e Paus is de Antichrist". Het Latijn luidt : „Quam ut m s.ngul.s Synod.s relecimus et prof.te.nnr, ita in h»c ecclesiarum nostrarum Synodo confirmavimus rursus et ratam habuimus omnium nostrorum nomme; add.to nuoque atoue inserto nunc pri.num articulo de anti-Christo". Mocht ,k noy eens gelegenheid vinden om het oud synodaal archiel te doorzoeken.

Sluiten