Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de Catechisraum ende de Confessie; verder de verclaringe Hutteni [Albertus Huttenius predikant te Buren] ende Bomii [Theodoricus Boom predikant te Beusichem] wt den classe van Bueren; de missive Cupi [Petrus Cupus predikant] te Woerden, seer spytich ende injurieus; de bedenckingen Hertsoeckeri [Nicolaus Hertsoecker, predikant te Ysselstein]. Ende syn dese schriften medegegeven den gecommitteerden ad synodum nationalem".

In de synode van Delft was een voldoende meerderheid om de werken. Doch de vergadering was tweedrachtig. Ook enkele Arminianen hadden in haar zitting en stem. Gelijk ook in de lijst van door de classen ingezonden gravamina Remonstranten en Contra-remonstranten elkander afwisselen.

Het negende gravamen, waarop de synode had te letten, is kennelijk van Contraremonstrantschen oorsprong.

„IX. Of men niet en behoort kerckelickerwyse te procederen tegen de predicanten, die de Confessie ende Catechismum, formulieren der eenicheyt, weygeren te onderteickenen ende den voors. Catechismum in de kerck te predicken. Ende off het niet oorbaerlick ware, dat de Nederlantsche Confessie mede achter het psalmbouck gedruckt worde".

Het synodaal antwoord luidt:

„XX. Aengaende het IX gravamen, twelck uyt drie leden bestaet. verstaet de synodus, dat voortaen het eerste ende tweede deel onderhouden ende tegen de contraventeurs [overtreders] kerckelick geprocedeert sal worden. Het derde vint sy oock goet".

Voor zoover deze synode wist, kwam de Nederlandsche confessie achter in het psalmboek niet voor.

Gravamen tien klinkt zuiver en bitter Remonstrantsch. In de classis die het inzond was trouwens de Arminiaansche Goudsche catechismus opgesteld en in de kerk van Gouda ingevoerd geweest.

„X. Offt nyet de Confessie ende Catechismus behooren

Sluiten