Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevatte de belofte der onthouding van alle kerkelijke diensten. De synode werd door de Staten verzocht, alle afgezette predikanten tot teekening dezer acte te dringen. Weigerachtigen moesten aan de Staten worden bekend gemaakt. Men deed lien buiten het souverein ressort der Vereenigde Nederlanden vertrekken.

Welke bittere woorden over de kerkleer door de Remonstranten soms gesproken werden, kan men nog naslaan. Wie verstaat dit niet! Doch wie kan zonder ergernis de blasphemie lezen van den predikant van Abbenbroek in de classis Voorne, Casparus Selcaert.

„Dat Christus off de Soone Godts ofte eenen grooten sot moste geweest zijn, maer dat uijt zijn leere ende miraculen bleeck, dat hij geen sot en was, ende dat hij daerom hadde geoordeelt, dat hij de Zoone Godts was; insgelyckx oock heeft durven seggen, dat hij om hemselven te verseeckeren, dat Jesus Christus de Sone Godts is, hem hadde gebalancheert [opgewogen] tegen eenen grooten sot, versoeckende wije zijns bedunckens soude swaerder weghen".

Beschouwen wij eenige voorbeelden.

De Brielsche predikant Nannius Geysteranus heeft verklaard, „over de Nederlantsche Confessie ende Catechismum gheen swaricheyt te maecken, maer wat aengaet de Canones des sijnodi nationalis, dat hij deselve niet en conde onderschrijven". Hij werd afgezet.

Nicolaus Nicolai Tyckmaecker predikant te Geervliet onderschreef een schuldbekentenis, belovende „dat ick de gemeijnte de suijvere waerheijt volgens Godts woordt ende na de formulieren van eenicheijt midtsgaders de verclaringhen des nationalen sijnodi zal voordragen."

De jeugdige Henricus Gregorii Blijvenburch predikant te Zoetermeer had op den kansel wel gezegd, „dat wij Contraremonstranten! onse toehoorders de leer van de predestinatie gesuijckert ingaven, gelyck men de kinderen

Sluiten