Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strantsche] poincten gevoelde, antwoorde hij alsoo, evenalsoff de questie niet en ware geweest van leerpoincten selve maer alleen van de verclaringe van eenige particuliere schriftuerplaetsen'-.

De kerk handelde niet hardelijk met Vossius. De Leidsche synode droeg zijn zaak op aan haar gedeputeerden en de theologische faculteit te Leiden. Doch in de Goudsche synode van 1620 bleek, dat heeren curatoren der universiteit Yossius niet wilden toestaan, met gedeputeerden der synode te confereeren. Wel hoopten zij alles goeds van ,,famuliere" en particuliere communicatie met de theologische professoren. De Goudsche synode besloot, hem vriendelijk te doen onderrichten. Want Vossius behoorde over verscheiden dolingen, in zijn geschriften gedreven, aan de kerken contentement te doen. Zoo Vossius niet voldeed, zou men hem het gebruik van het avondmaal ontzeggen.

In de synode van Rotterdam 1621 werd over Vossius, sinds hoogleeraar der rhetorica geworden, verslag uitgebracht. De deputaten der synode en een gecommitteerde der classis Leiden hadden in den kerkeraad aldaar Vossius niet kunnen bewegen, de Dordtsche canones te onderteekenen. Wel had hij in geschrifte overgeleverd zijn gevoelen over de vijf controverse punten, en beloofd tegen de canones niet te zullen leeren. Kerk en faculteit te Leiden, deputaten en synode berustten schoorvoetend ').

In dezelfde synode werden evenwel uit Vossius' Theses

I) Rijks geschiedkundige publicatiën uitgegeven in opdracht van Z. Exc. den Minister van liinnenlandsche zaken. Kleine serie. 3. — Acta der particuliere synoden van Zuid-Holland 1621—1700 uitgegeven door Itr. W. P. C. Knuttel. Eerste deel 1621—1633 'sürav. 1908. Tweede deel 1634—1645, 'sGrav. 1909. Derde deel 1646—1656, 'sGrav. 1910. Vierdedeel 1657—1672, 'sürav. 1912. Vijfde deel 1673—1686, 'sGrav. 1915. Zesde deel 1»>87—1700, 's Grav. 1916. Over de jaren 1621—1700 en betrellende Z-Holland aan te halen als Acta. Ziedaar een voortreffelijk vervolg op den onwaardeerbaren arbeid der heeren Reitsina en van Veen. De Inleiding van het Eerste deel is een duidelijke toelichting van particuliere synoden, vooral van die van Z-Holland.

Sluiten