Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en uit zijn Historia Pelagianismi [Geschiedenis van het Pelagianisme] andere twijfelachtige punten ter sprake gebracht. Ze zouden onderzocht worden. In de synode van Gorkum 1622 blijven de twee daartoe aangewezen predikanten „als noch belastet".

In de Brielsche synode van 1623 (art. 10) komt de zaak in dringenden vorm op den voorgrond. Gravamen 15 luidt:

„ Alsoo D. Vossius door zijn Historia Pelagianismi groote ende openbaere ergernissen de Gereformeerde kercke heeft gegeven, ende daervan tot noch toe geen satesfactie heeft gedaen, ende men dagelijcx met droeffheyt verneemt, dat andere uytheemse kercken sigh daeraen ergeren, verwondert dat soodanigh scriptum niet en wert gerefuteert publico scripto [door openbaar geschrift], ofï van Vossio niet en wert wederroepen, dat oock de Remonstranten in haer scripto Synodico ad art. 5, pag. 343 haer beroepen op dit scriptum Vossii, als vervatende haer gevoelen, off niet nodigh en sij dat men Vossio oplegge publico scripto dese historia te condemneren, in alles wat de vijff articulen der Remonstranten betrefFt, ende andere dolingen daer buyten gaende, ende indien Vossius weygerigh is, ofï' men niet en behoort imant te ordineren, die nomine Ecclesiarum Reformatarum [namens de Gereformeerde kerken|, dit boeck cortelijck wederlegge, ende de kercke daervan zuyvere".

Gelukkig hebben nu volgens hun last Balthasar Lydius en Henricus Arnoldi predikanten te Dordrecht en IJselmonde extracten uit de Historia Pelagianismi bevens zekere brieven aan de synode toegezonden. De broederen te Leiden mitsgaders classis en faculteit zullen trachten, Vossius tot schriftelijke revocatie te bewegen. Anders zullen Lydius en Arnoldi het ergerlijke in zijn boek door een tegenschrift weerleggen.

Extracten en brieven waren aan Vossius overhandigd, gelijk in de synode van 's Gravenhage 1624 (art. 10) aangediend werd. Van de „occasie... om hemselven te

Sluiten