Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Dordtsche onderschrijvings-formulier noemde nu als derde de canones. Om dat opvallende, het er bij komende, kan het teekenings-formulier genoemd zijn synodale canones. Mij dunkt dat dit de juiste opvatting is van artikel

102 der Goudsche synode.

„Jacobus Riderus, gewesen predicantvan Warmhuisen, heeft sich mette classe van Alcmaer ende de kerck van Warmenhuisen gereconcilieert [verzoend]. De classe van Leiden, synen stichtelijcken wandel siende, hebben door seeker examen aen hem gedaen ondervonden, dat hy int gevoelen der kercken staet, nevens dat hij ooc de Canonibus synodalibus heeft onderschreven. De synodus staet toe (gemerct hy nu langer dan een jaer is beproeft geworden) dat hy wederom totten kerckendienst werde gevordert, d'opsicht ende vordering synes persoons latende den classi van Leiden wyder bevolen syn".

De Gereformeerde hoogleeraar van Herborn in Nassau Johannes Piscator leerde, dat niet ook de dadelijke, maai alleen de lijdelijke gehoorzaamheid van Christus ons tot gerechtigheid toegerekend wordt. Door Fransche synoden, te Dordrecht in 1619, gelijk later door de Zwitsersche concensus-formule van 1675 geschieden zou, werd zijn gevoelen beslist afgewezen ')•

Vooral in Zuid-Holland vond Piscator's opinie afkeuring. Daaraan herinnert artikel 81 der synode van Gouda 1620.

„23 Grav. [Van het dispuijt de justitia activa et passiva.] — Dewyle huidensdaegs disput valt de imputatione justitiae activae et passivae [over de toerekening der dadelijke en lijdelijke gerechtigheid], of niet het synode by tyts sulcke orde behoort te stellen, dat de kercken daer niet door beroert werden? Also dese questie is gedecideert in de formulieren van eenicheit, so in

1) Zie Hfdst. IX § 5, '290 -293.

Sluiten