Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

extract uit de staten-resolutiën, inhoudende dat de Staten het punt der nationale synode zouden afhandelen, wanneer het stuk der kerkenorde zou afgehandeld zijn. In het één noch in het ander dacht men immers toe te geven.

Het jaar '24 bracht de beslissing. De synode van 's-Gravenhage 1624 (art. 4) verstaande dat herhaalde pogingen de approbatie der kerkorde niet hadden kunnen verwerven, heeft „goet gevonden dat men bij provisie sal blijven bij de gewoonlijcke kerckenordre van 1586, wel verstaende dat de kercken, die eenige andre practijcke int een ofte ander poincten hebben - nochtans geen gemeenschap hebbende met de kerckenordre 1591 - daerin bij provisie sullen werden getolereert, mits oock dat dese resolutie geen 'praejuditie sal geven de besoigne over de kerckenordeninge, noch openstaende tusschen Hare Ed. Mog. ende desen Synodus" ')•

Ziedaar een drieledig besluit. De Haagsche kerkenorde van 1586 wordt voorloopig aangenomen. Ieder andere kerkpractijk, mits geen gemeenschap hebbende met de gehate kerkenorde der politieken van 1591, wordt voorloopig geduld. En de behandeling der Dordtsche kerkenorde door de Staten blijft nog open staan.

Waarschuwend verhief een der commissarissen hier-

I) Vgl. art. tl iler synode van Dordrecht 1627, waar men blijft bij de kerkenordening 1.r>86 en de Synodus Hagiensis 1624. Zie dr. W. P. C. Knuttel, Acta der particuliere synoden van Zuid-Holland 1621—1700, zes deelen. Hier eerste deel 1621—1633, 'sGrav. 1908. Aan te halen aan Acta. Zie vorige § blz. 177.

Reeds ten jare 1640 schijnt de legende bestaan te hebben, volgens welke de Hollandsche Staten de Dordtsche kerkenordening hebben goedgekeurd. In een zaak die ons niet aangaat, verstaat de synode van Gouda 1640 (art. 37), ,,nae de openinge van de voorgaende synodale resolutien inconlormité van den Art. onser confessie, ende van de kerckenordre Synodi Nationalis — welcke pro ut jacet [gelijk ze daar ligt], van Haere Eed. Groot Mog. voor desen is geapprobeert geweest, de kercke voornamelick swaerigheyd inaeckende in 't stuck van 't jus patronatus, ende van de correspondentie met d' achtb. magistraet in de beroepinge der predicanten'' —.

Sluiten