Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen zijn stem. Ook de magistraat van Dordrecht drong per brief aan op het schrappen van het bepaalde betreffende de kerkenorde van 1586. De vergadering kon echter niet goed vinden, het artikel te veranderen. Een bezending uit haar midden naar de staten-vergadering bracht een schriftelijke staatsresolutie mee. Ze hield in dat de zaak der Dordtsche kerkenorde „met den eersten" ter hand zou genomen worden.

„Ende dat ondertusschen Hare Ed. Mog. niet en connen goet vinden dat bij provisie eenige ordre beraemt of geresolveert werde te volgen, maar alle saken gelaten bij het gebruyck, dat in elcke Classe dien aengaende tot nochtoe is gevolcht, met onderhout van sulcke rechten van de patronaatschappen ende andre, als yemanden wettelijck sijn competerende. Hetwelck dese vergaderinge voorgelesen, ende bij deselvige daerop gelet sijnde, is goet gevonden dat men blijven sal in de Classen ende kercken deses Synodi ter tijt toe, het voorsz. besoigne sal afgedaen sijn, bij tgene geresolveert is in den Synodi van den Briel Art. 4". * *

Ten jare 1623 was in den Briel besloten, bij de gewone kerkenorde der jaren 1620—'22 te blijven. Feitelijk was dit de Dordtsche kerkenorde, of de Haagsche.

Aldus bevestigt de synode van Woerden 1625 (art. 9). Zij draagt haar gedeputeerden andermaal op, tot het doen approbeeren der kerkenorde te arbeiden. En besluit dat ondertusschen de respective Classen souden volgen de gewoonlicke, tot nochtoe gebruycte, kerkenordre".

Ten laatste bevestigt dit de synode van Ysselstein 1626 (art. 5). Constateerende dat het tegenwoordig onvruchtbaar zou zijn op het verkrijgen eener geautboriseerde kerkenordening „wijders instantie te doen, soo acht dese vergaderinge nodich, dat ondertusschen de kercken blijven sullen bij de ordre, die in de laetste Eerw. Synodo Nationali gearresteert, ende in de kercken onder den Suythollanschen Synodum resorterende, gebruyckelijck is". Alleen laat

Sluiten