Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uyt deselve souden worden geweert ende dat nochtans hetselve tot groot naerdeel der kercken in eenige plaetse[n] tot nochtoe niet is geremediéert".

Door de magistraten der plaatsen of door de Staten zouden de gedeputeerden der synode trachten, het kwaad te stuiten.

Het stadje Kuilenburg aan de Lek in de classis Buren behoorde destijds tot het synodaal ressort van Zuid-Holland. Gewezen kerkeraadsleden en particuliere lidmaten waren „gemiscontenteert" over de beroeping en het onordelijk inkomen van Johannes Coetius in den kerkdienst aldaar. Yan overhelling tot het Remonstrantisme viel wel geen spraak, maar de kerkelijke beslissing wekt toch vermoeden.

De synode van Woerden 1625 (art. 30) heeft goedgvonden dat D. Coetius door een missive van zijn fouten zal vermaand worden, „ende bij gelegentheyt van de gedeputeerden mede aengesproken ende dat hij, Coetius, om de onruste ledematen contentement te geven eersdaechs sal een predicatie doen int bij wesen van eenige broederen bij de Classe van Bueren te deputeren, in welke predicatie hij rondelic sal verclaren sijn gevoelen over de pointen der leere, tusschen ons ende de Remonstranten controvers [in geding], met verdedinge van de waerheyt ende wederlechinge van de dwalingen; dat hij ooc doorgaensin sijn predicatien, den text ende de gelegentheyt sulx vereyschende, daerop na noodruft sal letten, ende om te weten of sulx geschiede sullen de broederen der Burensche Classis altemet de voorsz. Coetius hooren, ende so hij hem wel quitet daervan bij de gemeente goet rapport doen ende voorts arbeyden, om die ontroerde tot ruste te disponeren ende te bewegen: gelijc ook Coetius selfs bij alle gelegentheyt de gemeente met vriendelicke aenspraeke ende ommegang sal bejegenen".

Zelfs buiten Nederland werd de leerstrijd gevoerd.

De acta der synode van Woerden 1625 (art. 33) behelzen:

18

Sluiten