Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich voortaan van dergelijke concepten te wachten.

In de Dordrechtsche synode van 1627 (art. 24) werd de Utrechtsche handeling met Hornhoven en de sententie tegen hem opgelezen. Dat gaf voldoening. Daarentegen was door den Rotterdamschen magistraatspersoon vrij wederstrevig geantwoord. Hij had een project van moderatie aan de vroedschappen van Rotterdam overgeleverd. Yan leedwezen daarover viel geen spraak. Integendeel, hij hoopte daarin voort te gaan en vruchten daarvan te zien. De verbolgen synode zou hem andermaal doen vermanen, „ende indien sijne [E.] de vermaninge der E. gedeputeerden wederom cleyn acht of verwerpt dat Hare Waardigheden] alsdan met hem sullen doen na gelegent heyt ende uutwijsen van kerckenordre".

Treffend blijkt uit de acta dier Dordtsche synode van 1627 de algemeene leerijver dier dagen. De afgevaardigden der Zuid-Hollandsche synode naar andere provinciën brachten rapport uit, en deden uit de acten der respective synoden voorlezing van de generale zaken. Die naar Utrecht las drieStichtsche besluiten voor die in de Zuid-Hollandsche notulen ingelascht staan (art. 33), wijl men goed vond

ze „ad notam te nemen" : , , .

3. dat mede hoochnodich geacht ende geresolveert is, dat men in Classe antepenultima ad Synodum [in de classis die in volgorde de derde van achteren is die aan de synode voorafgaat] sal voorlesen het formulier van onderteyckeninge voor de predicanten ingestelt, ende een yder broeder respectyf afvragen of hij persisteert bij de aengenomen

leere".

Johannes Taurinus was een jongere broeder van den fel Remonstrantschen Jacob Taurinus, predikant te Utrecht').

U Yneii e.. Dermout II, Aant. bh. 146. Prof. dr. H. C. Rogge, Jacob Taurinus en de Utrechtsche kerk ... het begin der zeventiende eeuw, 1888. Reitsma en v. Veen, Acta III, vermeldt drie launni. 1. Jacobus,

Sluiten