Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hitsste door predikatiën de toehoorders tegen zijn

kerkeraad en classis op.

Nadien de zaak gesproten was uit de weigering de bovengenoemde classicale acte te .teekenen, weid vooraf het eerste gravamen der synode behandeld. Het luidt:

„Alsoo in de Synodo tot Isselsteyn geresolveert is, dat haer de Classen geensints en sullen inlaeten tot eenige concepten offte voet van moderatie met de Remonsti anten, in prejuditie [ten nadeel] van de Canones Synodi Nationalis gearresteert, alsoo tselve den kercken ten hooghsten schadelijck soude sijn, wert gevraeght of niet geraden sij tot meerder verseeckerheyt, dat in den aenstaenden Synodo dies aengaende een acte werde gestelt om bij alle Classen ende leden derselver, soo die in den dienst tegenwoordigh sijn als die noch naei desen daeiinne sullen moogen comen, getekent te werden. Ende met eenen verclaert werde, hoe men handelen sal met soodanige die off weygeren 't synodael formulier t onderteeckenen offte die 'tegen haer eygen onderschrijvinge comen te doen".

Eenparig namen al de classen de acte dei Delftsche classis, door Taurinus afgewezen, als „gansch nodig" over. „De voorsz. acte des Classis van Delf opgelesen sijnde, is deselve van alle de leden der vergaderinge pro ut jacet [gelijk ze daar ligt], goet gekent ende aengenomen ende volgens dien synodael gemaeckt". Als de eerste weigeraar van haar te onderteekenen werd vervolgens Taurinus

uit den kerkedienst ontzet.

De Dordtsche „acte van naerder verbintenisse" gelijk ze heet (art. 35), zou door alle Zuid-Hollandsche predikanten, en voortaan door hen die in dienst traden,* moeten geteekend worden. Tegen de weigerachtigen of die tegen hun onderteekening zouden komen te doen, zou men met suspensie of deportement kerkelijk piocedeeren.

Sluiten