Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis.

HOOFDSTUK IX.

De geloofsbelijdenis ten tjjde der Republiek.

§ 16. De Rotterdamsche zaak en de Schiedamsche

SYNODE.

In het staatkundig leven van prins Frederik Hendrik onderscbeide men drie perioden. In de eerste, die met zijn stadhouderschap in 1625 aanvangt, is hij staats- en Remonstrantsch-gezind. De tweede is als een toeven in de herberg met het uithangbord „Ik leer nog". Dan leert de vorst, wie de eigenlijke vrienden van zijn persoon en Huis zijn. De derde periode duurt minstens tien jaar en eindigt met zijn dood in 1647. Te laat betoont zich de stadhouder stadhouderlijk- en niet meer Remonstrantschgezind. Eerst tegen den avond zijns levens verstaat Frederik Hendrik de edele providentieele roeping van het Huis Oranje, om aan geen volksdeel in Nederland te vergunnen een ander deel te verdrukken. In de eerste periode valt de geweldige worsteling der Gereformeerde kerken tegen het herlevend Remonstrantisme. De prins staat dan nog aan den verkeerden kant ')•

1) J. Commelin, Frederick Ilendrick van Nassauw zyn leven en bedryf Frederik Hendrik werd een tijd lang door de anti-stadhouderlijke staats-

Sluiten