Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de synode van Delft 1628 (art. 1) werd een uitvoerige remonstrantie aan de Staten van Holland opgesteld, „om uyt den name van desen Synodo Hare Ed. Gr. Mog. te verthoonen wat swaricheden sich openbaren over de gemeente Christi door de factie ende grote stoutmoedicheyt der Arminianen". In twee-en-twintig steden en dorpen gebruiken de Remonstranten groote vrijheid in liet houden van hun conventiculen. Zij zingen de psalmen overluid nabij de kerk, zeggende wel vermetel: „Wie zal nu wijken en stilzwijgen, gij of wij"? Langs de voornaamste straten dragen de vrouwen haar stoelen en boeken aan de armen zonder eenige vrees, en verzoeken de publieke vroedvrouwen haar kinderen ten doop te brengen. Hier en daar gebruikten de Remonstranten geweld tegen een gesloten gevangenis, vroedschappen en officieren van justitie.

De Staten stelden remonstrantie en zaak in handen van het Hof van Holland. Dit trad niet terstond handelend op. Mondeling en schriftelijk zou de synode zich andermaal tot de Staten wenden.

Remonstranten en Contra-remonstranten trof soms hetzelfde verwijt. Gij vecht voor beuzelingen. De son is de kool niet waard.

„Het gewone verwijt van hen die, hetzij uit welwilendheid, hetzij uit nieuwsgierigheid, hetzij ook uit boosaardigheid de gevangenen [de Remonstrantsche predikanten op Loevestein] kwamen bezoeken was, dat zij eigenlijk leden voor een zotte gril, uit halsstarrigheid om quaesties waarvan zij vroeger zelf zeiden, dat zij het schrapsel van een nagel niet waard waren" 'j

De Delftsche synode van 1628 (art. 14) moest wel uitvoerig handelen over noodzakelijkheid en gewicht der vijf Remonstrantsche artikelen *). Want door verscheiden

1) Dr. C. D. Sax, Carolus Nidlius, Amst. 1896 diss., blz. 210

2) Zie deze zaak in een gansch scheef daglicht gesteld bij Ypeii en Dermout, II, Aant. blz. 227. Zij noemen het een „voorstel", dat vojen"

Sluiten