Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, tenzij de provinciale synoden in elke provincie werden geobserveerd. Zeer teekenend staat in het afwijzend antwoord, dat de Zeeuwsche „Coetus [synodale vergadering, voor een speciaal doel bijeen, dus lager in rang dan een synode] hadde goet gevonden tot weyringhe van die kerckelijcke swaricheden, d' welcke daechelijx seer aenwassen, haere hulpe ons aen te bieden" ')•

Allermeest zon de synode van Schoonhoven 1680 op hulpbetoon aan Noord Holland 2). Reeds het eerste gravamen (art. 31) betrof het houden eener synodus provincialis. Daarin zouden dan Noord- en Zuid-Holland vereenigd staan tegenover de staatsmacht. Zoo de Staten dit niet toestonden, wilde men uit elke Zuid-Hollandsche classis een predikant committeeren „omme den NoordtHollantschen Synodo te assisteren, over de kerckelicke swaricheden te helpen adviseren ende delibereren". Hiervan kwam niets.

Het tweede gravamen der synode van Schoonhoven 1630 (art. 32) betreft de Remonstrantsche partij in het algemeen.

„Dewijle de Remonstrantsche factie allenthalven, maer . meest in dese provincie, voornementlick in steden ende plaetsen, alwaer de kercken van te vooren noyt daerdoor ghequelt en sijn gheweest, soo langhs soo meer doorbroeckt, ende voor aller menschen ooghen, teghen 't eewighe Edict ende Placcaten van de Hooghe Overheijt, inghevoert ende ghefavoriseert wordt, met publijck

1) Synode van Leiden 1629 art. 6, synode van Schoonhoven 1630 art. 4. Cort extract van 'tgheene de kercken van Seelandt verricht hebben by sijn princel. Excellentie nopende de beroerte tot Amsterdam. 1630.

2) Ook voor deze synode ontbreken de gr.ivamina in handschrift. Jol). Wtenbogaert bewaarde ze ons, want gaf ze anonyin uit als Gravamina classinm, behoorende ad Synodum te houden binnen Schoonhoven, den 23 Julij 1630. Met Aenmerckingen op deselve. Int jaer 1630. Tegen welke onbescheidenheid de synode maatregelen uain. Zie art. 56.

Sluiten