Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerlang in vervulling. Te Rotterdam bezaten de demonstranten twee vergaderplaatsen. Elders werd de weerstand geweldiger. Te Leiden werden nog in 1640 drie Remonstrantsche predikanten gebannen. Ook te 's Graven hage handelde men gestreng. Een staatsresolutie van 30 September 1628 bepaalde, dat de conventikelen deiRemonstranten in 's Gravenhage, onder het oog der regeering en justitie, niet geleden maar geweerd zouden worden, en de vonnissen tegen de overtreders uitgevoerd, „zonder zich te mogen behelpen met eenige reflexie op andere steden" ')•

„De Wettelijcke Beroepinghe der ghener die te voren in ' den Dienst niet gheweest en zijn,... bestaet, Ten eersten in de Verkiesinghe, de welcke na voor-gaende vasten ende bidden gheschieden zal door den KerckenRaedt ende Diaconen, ende dat niet sonder goede correspondentie met de Christelijcke Overheyt der plaetse

respectivelijck".

Zoo bepaalt aangaande het beroepen van predikanten de Dordtsche kerkorde (art. 4) in een voorschrift, dat reeds oudtijds de Staten van Holland deed vragen, wat eigenlijk onder die correspondentie verstaan werd. De president der Dordtsche synode antwoordde, dat de beroeping geschieden moest met vooi weten, kennis en goedvinden van den magistraat. Doch dit was slechts een persoonlijke meening.

Een scherp gepreciseerde omschrijving der correspondentie ontbrak. Soms maakte de burgerlijke overheid daar misbruik van. Met beroep op de letter van het Dordtsche artikel, weigerde zij strijdlustige personen. Of

1) Kerkel. plakkaatboek, II 3'21. Ypeij en Dermout, II 324—333. Uit art. 59 der synodfi van Schiedam blijkt, dat in 1f>31 in den Haag „zulcke [conventiculen] in het aengesicht ende de ogen der hoge overicheyt werden gehouden.

Sluiten