Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij oefende te grooten invloed bij het uitbrengen van een beroep. Daaruit ontstonden kerkelijke conflicten met de overheid.

Te Rotterdam was de verhouding tusschen kerk en stadhuis reeds lang niet al te best. De regenten lieten er aan de Remonstranten meer vrijheid dan de predikanten oorbaar achtten. Bij deze oorzaak kwam nu nog een aanleiding tot oneenigheid. De onderlinge correspondentie bij een predikantsberoep.

De stad telde vijf predikantsplaatsen. Er ontstond een vacature, tot welker vervulling de kerkeraad een nominatie van vier personen had opgemaakt. Toen ze den magistraat werd meegedeeld, antwoordde hij dat één deivier hem minder aangenaam was. En dat hij zeer gaarne zou zien, dat het beroep werd uitgebracht op een der overigen, namelijk Levinus Beekman predikant te.Wormer en Jisp. Deze was een man van goed getuigenis, en door den onveidacht rechtzinnigen predikant Nyenrode op de nominatie gebracht.

En wie waren de Rotterdamsche regenten?

Allerlei boeken antwoorden, dat zij Remonstrantsch gezind waren. Ik nam die voorstelling over. Doch in de synode van Leiden 1629 (art. 39) verschenen gedeputeerden der burgemeesters van Rotterdam, twee dingen verzoekende. Vooreerst bevordering van het beroep van Ds. Beekman.

„2. Dat de stadt van Rotterdam eennige predicanten bij leenninge mach becomen, dewelcke hare quartieren zouden mogen hebben om in deselve de Arminiaensche gesinde in haere huysen te besoecken ende tot de kercke te locken, waertoe bij haere Achtbaerheyt is voorgestelt D. Rudolphus Petri, D. Joannes Bocardus, D. Dyonisius Spranckhusius, D. Gijsbertus Voetius, D. Laurentius Modeus".

Dit nu maant tot voorzichtigheid in het oordeelen. Zoo iets aangaande Remonstrantsche overheden onderstellen,

Sluiten