Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cunnen submitteren", indien de synode het verplaatsen van Nyenrode afsloeg. Tevens moesten andere twistzaken vereffend worden.

De magistraat gaf wat toe en hield vol. Wat aangaat Nyenrode en Leeuwius, zij konden in den dienst aldaar niet meer getolereerd worden. De zaak bleef in behandeling. Vooral ook de belangrijke vraag, wie vier predikanten te Rotterdam beroepen zou. De overheid of de kerkeraad.

Ook ds. Rijswijck en ds. Alutarius verschenen voor de synode, zich beklagende over de classis van Schieland. Bovendien waren beiderzijds boekjes in het licht gegeven. Een synodale commissie zou verdere behandeling voorbereiden.

Moyenneur, van het Fransche werkwoord voor bemiddelen afgeleid, kan twee beteekenissen hebben.

Vooreerst beduidt het bemiddelaar, in min gunstigen zin middenman, eens voor al geblameerd door het geestige woord van de Génestet: „Zoo'n middelman, wat heb je er an". Een bezadigd man als Festus Hommius wees voor zich dien scheldnaam met verontwaardiging af1). Want de moyenneur hield het midden tusschen een man van beginsel en een beginsellooze, dobberende tusschen Remonstrantisme en Contra-remonstrantisme.

De kerkelijke practijk schiep nog een andere opvatting van het woord. De moyenneur kan in beginsel zuiver zijn, maar stelt zich in dienst der overheid. De aanhef van het derde gravamen der synode van Schoonhoven 1630 (art. 33) leert ons de woordbeteekenis en de nieuwe kunstgreep der overheid kennen.

„Alsoo men weet, dat tot beslissinghe der kerckelicke swaricheden voorgheslaghen worden Moyenneurschappen, bestaende uyt politijcque Heeren ende kerckelijcke per-

1) Zie IX § 7 blz. 252.

Sluiten