Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis.

HOOFDSTUK IX.

De geloofsbelijdenis ten tijde der Republiek.

§ 17. Zuid-Hollandsche synoden der jaren 1634 —'56

tegenover het remonstrantisme en rome.

De eerste jaren die op de Rotterdamsche zaak volgden, bleven de Gereformeerde kerken van Zuid-Holland tegen het Remonstrantisme op haar hoede. Vooral de houding van overheden baarde zorg.

In de synode van Dordrecht 1637 (art. 22) hooren wij, naar aanleiding van zwarigheden te Gouda, den Goudschen magistraat verklaren, „dat sij waren gestelt als opsight hebbende oover de kercke".

Dienovereenkomstig rapporteeren deputaten in de synode van Delft 1638 (art. 22), „dat de Achtb. magistraten van Gouda... D. Abbama van sijnen dienst hebben ontset en feytelijck verhindert. . . dat de Classis op haer genoomen hebbende de sorge en dienst der kercke van Gouda, van haere Achtb. wierde geweert, en feytelijck belet, haere classicale t'saemenkoemste in Gouda ofte onder 't resort van dien geinterdiceert, etc., den dienst met andere sonder wettelijcke roepinge oft' sendinge bekleet, ende de censure van suspensie — uytgesproocken bij den

19

Sluiten