Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De strijd in Engeland tusschen koning en volk ofpar lement stelde het Engelsche Protestantisme in groot gevaar. En gaf het Roomsche Ierland aanleiding, onder de Protestanten op dat eiland een waar bloedbad aan te richten. De kerken van Zeeland wekten Zuid-Holland tot biddag, troostbrief en collecte op. Een synode der Engelsche kerken antwoordde. In de synode van Woerden 1645 (art. 39) werd opening gedaan, dat in de classis 'sGravenhage verschenen was één van de vier gedeputeerden van wege het Engelsche parlement, „met eerbiedige dancksegginge te kennen gevende, dat door de Geünieerde Provintien over de drymael hondert duysent guldens ten eynde als vooren waren gecollecteert ende deselve in allerhande soorten van eetwaren besteet sijn geweest, dewelcke in 12 distincte schepen hier te lande afgesonden, directelick nae verscheyden havenen van Yerland gesonden, ende nae de goede meyninge onser gemeente sorghvuldelick besteet waren".

Het eind van dit artikel luidt:

„Wijders heeft D. Cabeljau [predikant te 's Gravenhage en lid der synode] geopent, dat de Synodus van Engeland

broederlijek versoeck van de keroken ende kerckendienaren der vorstendommen van Sweybrugge ende Anliolt... aen de keroken van Zuyt-IIollandt... gedaen ende overgegeven aen de Zuyt-Hollandtsche Synode, ende desselfs Gedeputeerde in Augusto 1036", 's Grav. 163li.

„Op hetwelcke [lantschapj ... de arme menschen haer leven inet eyckelen, wortelen van gras, bladeren van boomen, met de liuyden van de koeyen ende paerden, 't hair daeraff geschroeyt zijnde, met slecken ende vorsohen sijn genootsaeet geweest haer te onderhouden, ja, dat de doode crengen niet alleen tot spijse zijn gebruyct geweest, maer ooc — grouwelijc om te hooien — het menschenvlees niet ontsien en is tot spijse gegeven te worden, niet alleen der levenden, die elckanderen lagen leyden te dooden, maer ooc der dooden, die uyt der aerden van de hongerige rasende menschen opgegraven werden. Twelc so hooch is gegaen, dat nae-bloetverwanten, broeders ende susters, d'een den anderen niet en hebben verschoont".

De lof der Hollandschc weldadigheid uitvoerig in Acta VI, Inleiding VII—XVIII.

Sluiten