Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest de strijd voor het recht der kerk worden voort, gezet. Uit de acten der Friessche synode van 1646 tee. kende Zuid-Holland aan:

Artic. 16. De Synodus vint goet, om te ontgaen de offensien van de machten des landts, d' ordere bij de Staeten des landts gestelt, aengaende de beroepinge der predicanten te sullen tolereeren en volgen, maer dat men sal versoecken, dat Haer Edel Moog. gelieven de kercken, om Christi wille, haer recht weder te geven.

Artic. 17. ... De candidati S. S. Theologie sullen niet toegelaeten worden ad examen voor en aleer dat se solemneelick belooven, dat se geen beroep en sullen aenneemen, als dat alleen kerckelick is, dat is van den Classe off Deputatis Synodi, ofte van den Synode selve geapprobeert".

Weldra kwam Holland zelf in last. In de baronie van Breda te Chaam werd een predikant geheel onkerkelijk beroepen door twee acten van den prins van Oranje, terwijl „noeyt eenigh overstaen des Classis gekent of aenroepingho van de name Gods gebruyckt was, ook noeyt eenighe acte van kerckelicke beroupinghe voor den Classe gebleken". Ondanks de „eenparighe mondelinghe aensprake des ganschen Classis aen Syne Doorluchtighe Hoogheyt binnen Breda gedaen" en andere „devoiren" was Willem II vrij onverzettelijk. Het blijkt niet hoe de zoen tot stand kwam.

Geen wonder dat de wensch naar een door den staat gearresteerde kerkenordening gestaag oprees. Want onophoudelijk bemerkte men, „dat bij gebreck derselver dickwils veele disputen ende qaerellen [klachten] rijsen, het recht der kercken meer ende meer gecontramineert [tegengewerkt; van contremine, tegenmijn] wort ende veel andre moeyten ende swaricheden ontstaen". Doch do aanteekening der synode van Gorkum 1652 (art. 15) gold zoo menig jaar: ..Wort echter voor dese tijtalsnoch ondienstich geoordeelt, die te versoecken".

Sluiten