Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inenten en ergernissen, de Gereformeerden met een publieke predikatie possessie doen nemen van de kerken, en de gemeenten voorzien met Gereformeerde kosters en schoolmeesters. De synode (art. 16) nam maatregelen, om dit ook in de meierij van den Bosch en elders in NoordBrabant te doen plaats hebben.

Tot in het hart van Holland woelde Rome.

„Artic. 53. Yan de Oude Weteringh — waervan Art. 34 — gelijck als oock van de bijgelegen plaetsen Rijpweteringhe ende Roelevaertges-Veen, werdt verhaeldt, dat de paperye aldaer in summo gradu [in den hoogsten graadJ in swangh gaet, door de menichte van papen en cloppen, die sigh aldaer vrijelijck onthouden ende doen wat se willen, alsoo daer tot noch toe geen oeffeninglie der Gereformeerde religie en is geweest".

De „openinghe ende bequaemmaeckinghe van seeckere capelle of predickplaetse te Roolevaertgens-Veen, onlanghs door de papisten geboudt en door authoriteit Harer Ed. Gr. M. gesloten, ende een schoolmeester van de Gereformeerde religie" zouden van de Staten worden verzocht.

De synode (art. 76) oordeelde terecht, dat men niet te veel en niet te weinig ijveren moest „teghen sulcke grouwelijcke afgoderye".

Billijk was de klacht der Leidsche synode van 1649 (art. 2) tegen Roomsche indringerigheid, „dat se [de papen] ook selfs haer verstouten te komen voor de sieckbedden der Gereformeerde, deselve buyten haer weten te olyen, en teghen haren wille de besworen hostie in de mondt te steken; tot onruste — als daernaer de ervarentheyt geleert heeft — en bijnaer desperatie van de patienten; ja dervende datselve ook onderleggen in gemeene Godshuysen, gasthuysen en oudemannenhuysen".

Een krachtige remonstrantie werd bij de Staten ingediend. Haar voorlezing was „van vele leden met groote beweginghe aengehoort".

In dezelfde synode (art. 9) hebben de beide broeders

Sluiten