Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elf jaren is door Johan de Witt en diens aanhang over de gebedswijziging voorzichtig gebroeid. Wel een bewijs dat het gebed bijzaak, en de heerschzucht van Holland hoofdzaak was. Gebeurtenissen als van 1618 en 1650 moesten voortaan onmogelijk worden gemaakt. Daartoe kon ook het publiek gebed dienen 1).

Treffend is dat niet de Oranjepartij en niet de Kerk, maar wel de andere provinciën Friesland vooraan, zich heftig verzetten tegen het onttroonen der Staten-Generaal en het naar voren dringen van Holland. Doch ik moet mij beperken. Friesland was niet gelukkig in de keus der argumenten. De uitvoerige deductie der Gecommitteerde Raden van Holland, door den raadpensionaris zelf opgesteld, moet een degelijke ontleding der Friessche bezwaren zijn geweest.

Het nieuwe gebedsformulier bleef dus gehandhaafd. Heeft de factie de Witt daarmee 's volks Oranje-liefde gedoofd ? Van die liefde geldt, wat een oud rijmpje van de waarheid zegt:

Al ligt de liefde in haar graf,

Al wat haar drukt dat moet er af.

Llilderdijk, IX tiü—138. Eu Dr. Knuttel, Inleiding op dl. IV, waaruit ik slechts grepen doe.

1) Ken ander bewijs dat de Loevesteinsche factie de hulp der door haar verdrukte Kerk niet versmaadde. In 1053 tijdens onzen eersten Kngelsclieu oorlog ontstonden in den Haag door het wegnemen der Prinsenvlaggen en -vaandels en te Amsterdam door het slecht betalen van het bootsvolk oproerige bewegingen, die met geweld onderdrukt werden. Alles riep in geschriften en bij monde om een staatshoofd, een stadhouder en kapitein-generaal. In Zeeland droeg ieder Oranje-linten. Welnu, in de synode van den Briel 1053 (art. 44) maakten de commissarissen-politiek het verzoek en den last der Staten bekend tot stuiting der lasteringen des volks tegen zijn overheid, en dat de synode order stelde op de gebeden en predikatiën der predikanten. De synode nain dienaangaande de meest onderdanige houding aan. l)e Kerk zou dooi' haar dienaren respect en obediëntie der onderdanen aan hun wettige overheden inscherpen. Want het regeeringsbeleid afkeuren en 's Prinsen verheffing begeeren, heette oproerigheid, liet volgend jaar namen Staat en Kerk hetzelfde besluit.

Sluiten