Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de synode van Rotterdam 1660 (art. 17) werd gerapporteerd, dat daartegen een goede s taatsresolutie bekomen was. Doch voorloopig werkte ze niets uit. Treffend vermeldt een kerkelijke kantteekening op de resolutie:

„Wij hebben den heer president ende andere Heeren van den Hove meermalen gesproken, die niet meer keuren nodigh noch tegen den aucteur, noch het boeck de Apostasia etc., libell. m. p. 17".

Daarentegen in de synode van Gorkum 1661 ^art. 16) rapporteeren de gedeputeerden, dat zij een scherp plakkaat tegen auteur en drukker van het voornoemde boekje verkregen hebben, en dat het tot tweemaal toe is opgehaald. In welk plakkaat ook verboden is „Stephani Curcellaei quaternio dissertationum [Een viertal verhandelingen], eveneens van Remonstrantschen oorsprong en strekking ').

Biederode, gewezen assessor bij liet Hof van Holland. Deze man, van Remonstrant Anti-trinitariër geworden, was werkelijk de schrijver. K. O. Meinsma, Spinoza en zijn kring, 194.

Was Leiden de bakermat van het Remonstruntisme geweest, academie kerk en overheid aldaar bleven ook het langst zeer anti-remonstrantsch. Nog in 1640 werden drie Arminiaansche predikanten uit de stad gebannen. In 1658 eveneens één predikant. Upeij en Dermout, U 331, 437. Nog in 1664 versoheen, over de vervolging der Hemonstranten, „Klachten en ernstige aenspraak van... Wilhelmus de I, prince van Oranjen etc. aan de regenten en borgeren der stad Leiden over 't vernieuwen van de conscientie-dwang, 1664".

I) Etienne de Courcelles, hoogl. aan het Remonstrantsch seminarium, publiceerde Quaternio dissertationum theologicarum adversus Sam. Maresium, 1°. L)e vocibus Trinitatis, 2". De peccato originali, 3''. De necessitate cognitionis Christi, 4U. De horainis coram Deo justificatione, cum appendicibus. Amst. 1659.

Van G. Brandt's bekend werk Historie der Reformatie verschenen de eerste twee deelen in 1671 en '74, inet een octrooi der Staten van Holland voor 15 jaren. Deel II, handelend van 1600 tot '18, wekte kerkelijke ergernis. De N-llollandsche synode verzocht, dat het octrooi ingetrokken, het hoek verboden, en de verschijning der volgende deelen verhinderd worden zou. Bij missive van 17 Juli 1677 werd haar bericht, dat het octrooi ingetrokken en den auteur aangezegd was, zich van alle „aanstootelijkheit" te onthouden. Brandt overleed 1685. In 1704 verschenen het derde (1618 en '19) en vierde (1619—'23) deel.

Sluiten