Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het eerste stadhouderloos tijdperk gingen de Gereformeerde kerken voort, met in het onderteekenen der drie Formulieren van eenigheid door de predikanten het verweermiddel tegen onrechtzinnigheid te zien.

Het Dordtsche onderschrijvingsformulier zal bedoeld zijn in de acten der synode van Gouda 1659 (art. 34). D. D. Deputati rapporteerden dat zij „door ordre van den Raet van Staten ende aenschrijven van de Heeren Gecommitteerde Raden hadden geexamineert tot predikanten op de vloot van Denemarcken, bevesticht ende de gewoonlijcke formulieren laten onderteyckenen D. D. Benjamin de Lannoy ende Martinus Fenacolius".

Ook elders volhardde men. In artikel 61 der synode van Rotterdam 1660 komen extracten voor uit de acten der correspondeerende synoden. Uit die van Groningen noem ik „Art. 15. Essentialia testimoniorum [de hoofdzaken der bij kerkelijke examina verkregen getuigschriften] ofte onderteyekening van de Nederlantsche confessie, etc." •).

In de synode van Rotterdam 1660 (art. 47) waarover straks, is de moderatie met de Arminianen aanleiding, om te reppen van het teekenen der predikanten, candidaten en schoolmeesters. In 1661 komt dat teekenen voor het eerst weer afzonderlijk voor.

De synode van Gorkum 1661 (art. 40) constateert:

„Den 47en Art., van de onderteyekeninge der formulieren van eenicheyt, is bij allen classen noch in usu" [in gebruik].

„Noch". Beduidt dit: Nadat er jaren lang niet nauwkeurig op gelet was?

1) Het vierde deel der Acta van Dr. Knuttel vangt aan met de synode van Delft 1657 en eindigt met die van Brielle 1672. Waarom de synoden van 1657—'60 en die van Gorkum 1671 over de onderteekening der confessie zwijgen, weet ik niet. Het stilzwijgen van 1672 wordt verklaard uit de benauwdheid van dat jaar. Toen waren ook geen correspondenten aanwezig.

Sluiten