Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de synode van Amsterdam 1658 (art. 18) handhaven de commissarissen over den handel „D. Andreae" Duraei hun verbod. De synode wil er niet verder in treden, „ten waere nae dese van meerder genegentheijt aende sijde vande Luijterschen sulke openinge wierde gegeven, welke dese vergaderinge mochte bewegen", om met voorgaande kennis der Staten „nader daer op te letten".

De extracten der correspondeerende synoden, in de acten der synode van 'sGravenhage 1663 (art. 46) vervat, noemen een nieuwen voorstander der vereeniging. In het extract der Geldersche synode van Harderwijk 1662 trof mij artikel 8.

„ Missive van Dr. Millet'). spreeckende van de conciliatie tusschen ons ende de Luytersche'.

Duo 1664 art. 24. Le Sr. Jean Dureus ayant escrit a ceste Assemblée concernant le dessein qu'il a de eontinuer de travailler a la réconciliatiun des Luthcriens avec nos Kglises et accoinpagné ses lettres de quel<|ues esci'ils iinpriinés, la Compagnie prie les Eglises d'y faire les réllections convenables et de les apporter au Synode prochain. Synode de Gouda 1671 art. 34. Livre synodal .... des Eglises wallonnes, 1 615, <>25, 717.

2) Duraeus had eenigen tijd te Leiden gestudeerd. Zijn streven vond er beleefde belangstelling. In 16lil zond hij aan de theologische faculteit een brief, en legde ter perse zjjn Irenicorum tractatuum prodromus. De boven in den tekst genoemde Dr. Millet zal wel Jean Melet zijn, Duraeus' trouwe geestverwant. Hofprediker van Anne de Coligny gemalin van hertog George van Wurtemberg - Montpelgard, ijverde hij krachtig voor het vereenigingsideaal. Het oordeel der Leidsche faculteit werd gevraagd over zijn geschrift Concordia inter Evangelicos curandae ac procurandae medium novum; propempticum irenicum ad omnes Protestantes, 1661. (Jöcher, in voce; Haag, la France Protest., VII p. 364). Coccejus (de Consilia van Coccejus, Opera omnia, VI p. 14) en Hoornbeek (diens Summa) oordeelden het plan onuitvoerbaar. Doch men moest deLutherschen als broeders bejegenen. Voorts had men belangstelling voor vereenigingspogingen van Duitsche geleerden en vorsten. Het gesprek van Cassel tusschen de theologen van Marburg en Rinteln (llering, UnionsVersuche, II S. 128 11'.) genoot sympathie. Maiesins behandelde de resultaten in een dissertatie. Brevis relatio colloquii. .. Cassellis habiti. .. cum obsei vationibus irenico-theologicis, 1663. Dan zouden de F.vangelischen te krachtiger tegen Home staan. „Kebus ita stantikus, uti sunt,

Sluiten