Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooten mans"! (IJpeij). Twee jaar later verscheen te Arasterdam een Nederlandsche vertaling.

De synode van 's Gravenhage 1727 (art. 8) zag zich genoopt, de Dordtsche synode te verdedigen en (niet de Lutherschen maar) de Remonstranten te bestrijden. Het uitvoerig gravamen der classis Delft over de stoutigheid der Remonstranten vangt leerzaam aan ')•

„Alzoo deze twee stukken: de zuiverheid der leer en de vrijheid van het regt in de regering der Kerke, sedert de Reformatie in het vereenigd Nederland, in de Nederlandsche Confessie en Catechismus vastgesteld, doch van tijd tot tijd aanstoot lijdende, door onze regtzinnige Voorvaderen met allen ernst zijn bewaard en verdedigd geworden, tot in zoo verre zelfs, dat in de bekende separate Acte (te vinden bij Trigland, Kerkelijke Historie, blz. 764) het ingevoerd bederf, beide in de leer en in de besturing der Kerke, als oorzaak van de noodige afscheiding van de overhandnemende secte der Arminianen

!) Op verzoek der Zuid-Hollandsche synode heeft de classis van Schieland bijeengebracht „Aanteekeningen uit de synodale vergadering van Zuid-Holland van al het voorgevallene iu de zaak en leer der Remonstranten, van het jaar 1619—1777". Over de jaren 1780—1805 zijn ze door diezelfde olassis aangevuld, en van een register voorzien. I le Schielandsche arbeid was reeds bekend aan IJpeg (VI, 267). In hedendaagsclie spelling zonder aanteekeningen uitgegeven door prof. Kist in Archief voor kerkel. ges., inzonderh. v. Ned., Leiden 1836, VII 1 40'2. Afzonderlijk mede uitgegeven, zoo door prol. Kist als door prof. H. W. r\deïnan, 1836.

Tot 1672 bezigde ik dankbaar de Acta van dr. Knuttel. Voor 167.i— |7!tr. behelp ik inij met het Archief, 274 — 33!'.

Zuid- en Noord-Holland behandelden hoofdzaken ineest gemeenschappelijk, „conjunctim". Vaak loopen de acten dus parallel. Met verwijzing naar het §§ 7—12 over Noord-Holland geschrevene kan ik mij hier zeer beperken.

Sinds stond er als lemma [inhoudsopgaaf of opschrift] tan dit artikel op den kant der acten „liravainen van Delft", hetgeen in 1740 uitgebreid werd tot „rakende de Arminianen". Ontbrak nu lange jaren deze naam in de aauteekeningen ? Dat is al heel teekeneud.

Sluiten