Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich uit. „En was er een uitlandsch Professor, Mosheira, opgekomen, die de Nationale Synodus van Dordrecht, A . 1618 en 1619, smadelijk handelde, daar waren ook twee uitlandsche Professoren, Vitus en Hottingerus, opgestaan, die de eere en het aanzien van die Synodus op het krachtigste verdedigden ' ')•

Het vuur van den leerijver bleef nog wat branden In de synode van Kuilenburg 1729 (art. 7) stelde de classis Schieland voor:

„lo. Dat men geene Proponenten, van verdachte plaatsen komende, toelate vóór het onderteekenen van de loi mulieien en de Canones Synodi Dordracenae.

2o. Dat men de concurrentie van de Noordhollandsche en andere, inzonderheid der Walsche Synodus, behoorde te verzoeken.

3o. Dat men meer dan ooit behoorde te letten op het uitgeven dei Remonstrantsche Boeken, en die deze dwalingen bedektelijk invoeren; en die wederleggen".

Deze middelen werden goedgekeurd. Voorts zouden de deputaten die der Walsche synode over de Walsche proponenten, en de Leidsche professoren over hun studenten aanspreken.

Het welslagen bleek in de synode van Breda 1730 (art. 7).

1) Steplianus Vitus sctireef lezenswaard tegen Mosheim Apologia, iu qua Synodus Dordracena et Reformala fides ab iniquis criniinationibus celeb. Moshemii vindicatur, Kassei 1726. S. Vitus, Verantwoording, i„ dewelke het sijnode van Dordrecht ende het Hervormd geloove worden verdedigd tegen de lasteringen zoo van anderen als ook van Mosheinius llales, Pandooheus enz. Uit het Latijn door A. H. Weste. hovius, met voorrede van J. v. d. Honert. T H z. Leijd. 1734.

Over Hottingerus zie boven, blz. 181 v.

Over de Gerelormeerde kerken van Holland verschenen artikelen in de twee eerste deelen van de Presbyteria» Review. En een artikel in de Ëdinburgh Christian Instructor (vol. XXVII. pp. 362-366), On the state ol the Church in Holland in 1728.

Sluiten