Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der medecijnen, zoolange zij in den kerckendienst zijn". De twee hoofdpunten der beschuldiging.

Partijdigheid won het spel. Goes trok vergeefs partij voor zijn leeraren. De familie Lansbergen vestigde zich metterwoon te Middelburg. Philippus genoot er een jaarwedde van de Staten, en schreef geleerde werken. Petrus tot doctor in de medicijnen gepromoveerd, schreef als in opdracht van de Nemesis der historie tegen wat wij thans noemen een onrechtvaardige procedure9). En zijn broeder Jacobus de geneesheer-wiskundige, bestuurde als burgemeester de stad.

Door de staatsomwenteling van 1617 waren de Zeeuwsche Staten wel verplicht toestemming te geven tot het houden der synode van Zierikzee 1618, „dienende tot praeparatie van het synodus nationael, gearresteert by de Ho. Mo. heeren Staten Generael, te houden binnen Dordrecht den len Novembris naestcomende". De acten niet van den coetus van Goes 1613 maar der voorgaande synode van Veere 1610 werden herlezen.

De leerbesluiten der Veersche synode, welke niet allerwege uitgevoerd waren, werden andermaal aangedrongen.

„VI. Alsoe men verstaet vuijte gedeputeerde broeders des classis van Thoolen, dattet formulier van onder-

1) Index erroruin coetus Zelandiae, d. i. aenwyser van de erreuren en

fouten by den coetua Zelen diae begaen in den jare 1613 teghena I). Phi¬

lippus ende Petrus Lansbergen, Midd. 1648. Onrecht verjaart niet. Petrus

schreef 35 jaar na datum.

In de synode van Zierikzee 16I8 deelden vrienden van Petrus mee, dat zij zich op de nationale synode zouden beroepen. Niet iedere classis

keurde het vonnis goed. Het particuliere gravamen VII luidde: ,,Nade-

mael den aitgckel van den onwille, die in de kerckenordeninge is den 17, bij sommige onverstandige ende quaetwillige zeer werl tnisbi uijckt, oft niet raedsaem en ware, dat hij geroyeert ofte ten minsten zoe wielde gelimiteert, dat vroome predicanten daerdoor niet en werden verstrickt" ?

De synode van Goes 16*20, in antwoord op het verzoek eener deputaiet

uit die stad, verklaarde de appellauten „in haer appel niet ontfanckelgck'V Acta V, 146, 153, 172-!76.

Sluiten