Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teeckeninge aengaende de leere, in synodo Yeriana beraemt, by de respective predicanten desselven classis nijet en is geteeckent (zoevele ymmers hen bekent is), wert belast in dese vergaderinge, dat d'selve onderteeckeninge metten eersten zal geschieden, gelijck airede in anderen classen is gedaen, ende sullen de tegenwoordige gedeputeerde mette eerste gelegentheyt hare principalen tselve bekent maecken ')

VII. Nopende tformulier van onderteeckeninge der kerckenordeninge werden alle de classen vermaent (indien dese teeckeninge generalyck niet en can werden vercregen), dat men evenwel debuoir doen zall om de practijcke van dien neerstich te onderhouden, ten eynde vrede ende eenicheijt in Godes kercke nyet alleeneinde leere maer oock in de ordre werde bevesticht.

VIII. Alle de proponenten deses sijnodi sullen van nu aff gehouden zijn nevens het examen te onderteeckenen tformulier, dat voor deselve in synodo Veriana is geconcipieert, twelck tot noch toe vuijt slappicheyt in sommige classen is nagelaten".

Als „argument uit het stilzwijgen" verkregen mogen we dus vaststellen, dat althans in drie van de vier classen het strenge onderteekeningsformulier van 1610 uitgevoerd was. Waarom de classis Tholen tot dusver nalatig bleef, blijkt niet.

1) Iti art. VI staat enkel dat de predikanten der classis Tholen, zoovee hun afgevaardigden van deze tamme zaak weten, het formulier —„vuyt slappicheyt", als in art. VIII 1 — niet geleekend hebben. In ieder geval staat er niet, dat in de classis „verzet" geweest is. Wanneer de geschiedenis geen reden van eenig verzuim noemt, noemt de getrouwe geschiedschrijver óók geen reden. Want fantasie is geen historie. En verzuim nog geen verzet. Steunt op dat ingebeeld „verzet" dat hier niet beschreven wordt, wellicht het „verzet der classis Tholen" waarvan dr. Rogge en ds. Knipscheer boven op blz. 233 v. schreven?

Indien dit art. VI hun „bron"' is, blijkt ten overvloede de onjuistheid hunner meening uit de juiste opmerking: „Zeeland nooit Oranjegezind, maar toch anti-Hollandsch ten aanzien der Arminianerij in staats- en kerkelyke zaken". Bilderdgk, Oes. d. vaderlands, VIII 164.

16

Sluiten