Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Is gevraecht, off het noodich is, dat men trede in dese vergaderinge tot naerder ondersouck ende verhandelinge van de voornoemde vijff controverse poincten,

valt, doch. . . dat voor onze vaderen en voor ons nooit ofte nimmer bestaan heeft. Het was niet : Van tweeën één. Letter der belijdenis, of Schrift. Maar het gold : Van drieën één. Tertium datur. Of 1, de letter der belijdenis. Daarvoor hebben de vaderen nimmer geijverd. Zij achtten b.v. de Fransche belijdenis juist zoo hoog als de Nederlandsche. En waarschuwden in art. 7 hunner confessie, dat men geen menschenschriften aan de Goddelijke Schrifturen moet voortrekken of tegenstellen (1561 preferer, 156-2 teglien stellen), of er mede moet vergelijkeu (1566 comparer, gelijken). Of 2, de inhoud der belijdenis. Zij achtten dien „den woorde Godes in alles conform (Veere 1610), en deden de coufessie daarom onderschrijven. Waarom laat ds. Knipscheer 2 weg ? Of 3, de heilige Schriftuur, het onvergelijkelijke want het goddelijke. Vandaar dat zij, en niet de confessie, te Dordrecht in 1619 maatstaf ter beoordeeling was.

„De leeraar, die geacht kon worden niet tegen den Hybel te leeren, bleef onaangevochten". Onjuist. De leeraar die de confessie onderteekende, bleef onaangevochten. Wat kon een rechtzinnig mensoh op die teekening tegen hebben ?

„Al was in de Belijdenissen het best de inhoud der Schrift weergegeven, al waren zij te zamen het fundamentboek der Kerk, zij werden niet als gezaghebbend op den voorgrond geplaatst en weinig ter sprake gebracht, in elk geval veel minder dan later". De formulieren waren zóó gezaghebbend, dat wie er van afweek geschorst en afgezet werd. Zij werden juist in de jaren 1600—1620 bij toeneming ter spraak gebracht. De heftigste strijd ten onzent die ooit twintig jaar lang staat en kerk gansch beroerde, liep juist over het gezag der formulieren. Waaruit natuurlijk volgt, dat zij later veel minder ter spraak kwamen.

„De Geloofsbelijdenis stond hierin verre teil achter bij den Catechismus . Ds.' Knipscheer beroept zich betreffende ,.ten achter" op een noot. Zie haar behandeld boven, blz. 234. „Hierin". Is bedoeld : ln gezag en ruchtbaarheid ? De historie leert vlak het omgekeerde. De confessie werd aan Filips II aangeboden, was in 1566 het struikelblok der vereeniging van Gereformeerden en Luthersehen, werd in 1619 gehandhaafd. De Remonstrantsche strijd gold de confessie. Niet den catechismus die weinig genoemd werd.

„Niet de Geloofsbelijdenis, maar de Bijbel was het, waarvoor onze Gerelormeerde vaderen hebben gestreden". Een tegenstelling die onze vaderen niet kenden. Meent ds. Knipscheer soms, dat zij streden voor den bijbel opgevat in Roomschen of Dooperschen, Luthersehen of Sociniaanschen zin i Den bijbel verbonden zij steeds met de Gereformeerde opvatting en uitlegging des bijbels. Voor die gewijde synthese „hebben onze Gereformeerde vaderen gestreden".

Sluiten