Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoevele als de waerheijt derselver aengaet. Ende is verstaen, dattet onnodich is, niet alleene omdat alle kercken van Zeelandt daerinne eendrachtich zijn, maer oock omdattet speciael ondersouck ende decisie behoort totten synodum nationael....

III. Nopende het stuck van tolerantie ofte duldinge der vijff artijckelen, daervan in Hollandt ende andere ontruste kercken tusschen den Remonstranten ende Contraremonstranten tot noch toe vele is gedisputeert, is goetgevonden met eendrachtige stemmen, dat onse gedeputeerden dese voorsichticheyt ende discretie zullen gebruijcken, dat sij van zelffs geene tolerantie en sullen voorslaen, overmits wy daervan geenen noot hebben in onse provinciën. Maer als dit stuck bij andere beswaerde kercken wert geroert, soe en sullen zij geene tolerantie toelaten int stuck der leere, sonder reces [schriftelijke overeenkomst] te nemen aen hare principale, gelijck zij oock denzelven voet zullen hebben te volgen in de tolerantie van predicanten.... Maer aengaende de eenvoudige litmaten, die wt onwetentheijt verleijt zijn,verstaet de sij node, dat men groote discretie ende sachtmoedicheyt sal gebruijcken om d'selve met vriendelycke onderwijsingen mettertijt ten rechten wege te brengen".

Tot de van wege Zeeland bij de nationale synode in te dienen gravamina behoorde sub V ook de wensch „te versoecken aen de Ho. Mo. heeren Staten Generael, dat alle secten, zoe Mennonisten als andersints, belast werden wt te geven hare belijdenisse in openbaren druck". Bedoeld is zeker, dat men dan een punt van aanval had. De toenmalige leerzucht kon zich niet indenken, dat men met een andersdenkende niet disputeerde.

Natuurlijk was de synode van Goes 1620 een bekrachtiging der Dordtsche synode.

Naar aanleiding van „het rapport der gecommitteerde int sijnodo nationael" bevat caput IV van haar acten:

Sluiten