Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bede, dat jaarlijks een synode mocht gehouden worden. Caput IX artikel 10 der Thoolsche acten luidt:

„Also hoognodig geoordeelt is, om alle kerckelycke swarigheden, die dagelyx voorvallen, te beslissen, dat jaerlijx een Synodus in Zeeland werde gehouden, sal daertoe van de Ed. Mog Heeren Staten van Zeeland behoorlijcke authorisatie versogt werden op sodanigen voet, als nu geschiet is; namentlyck dat men sal overleveren eenige generale gravamina, als motiv ende fontes gravaminum [bronnen van gravamina], daer mede de noodsakelijcheyt van het houden des Synodi werde aengewesen: 'twelk geobtineert [verkregen] zijnde, sal alsdan de Classis Synodaal, met communicatie van de heeren van den Rade beramen tijt ende plaetse, wanneer ende waer de Synodus sal gehouden werden, volgens den 42. art. van de kerckenordening van ao 1591".

Op de acten der synode van Tholen volgt de „Copie van 't arrest des Synodi", twee bladzijden die overvloedig aantoonen welk gezag de Staten van Zeeland zich over de kerk aanmatigden. Zij keuren de synodale acten goed, behalve waar op den kant het tegendeel staat aangeteekend. Nemen zich voor, ze later naar goeddunken te wijzigen. En gelasten aan overheden en kerkelijke personen opvolging der acten.

Desondanks zagen we bij de behandeling van andere provinciën meermalen Zeeland ten dienste der rechtzinnigheid optreden. Aan de zaak Bekker bij voorbeeld nam het levendig deel. De Staten schaadden het welwezen, niet het wezen der kerk. Zij was een verdrukt, niet een verdord lid der volkskerk. Ook aan de Zeeuwsche kerken was een banier gegeven, om die op te heffen van wege de waarheid. De Nederlandsche belijdenis des geloofs.

Amsterdam. F. J. Los.

Sluiten