Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Edmonds kaart, zakelijk kort, helderde het als volgt op:

Beste Wilhelm. Mijn hartelijke gelukwensch eerst schriftelijk. Therèse wacht je natuurlijk met alle mogelijke toerustingen op tegen vanavond. Wanneer je echter niets verstandigers van plan bent, kom dan reeds in den loop van den namiddag, ik ben van vijf uur af thuis. We gaan dan eerst nog even uit om een grap aan te zien, die je stellig amuseeren zal en waaruit je misschien geld maken kunt.

Met hartelijken groet

Je Edmond.»

Het postscriptum, geschreven met het fijnere schrift van de andere kaart, luidde: «Kom niet vroeger, hij heeft iets griezeligs met je voor en zal je goeden luim bederven voor den Meiwijn. De heilige Therèse.»

Wat kon hij met me voorhebben?

Edmond was een van die gelukkige menschenkinderen, welke door zijn werkkring dag in dag uit de dolste dingen uit den dagelijkschen Berlijnschen karnaval onder oogen kreeg en die op onnavolgbare wijze genieten kon van het komische in die groote misère, waarin hij toch eigenlijk zelf op 'n erbarmelijke manier vastzat. Hij had stellig iets bijzonder dols ontdekt, dat hij niet voor zich zelf alleen wilde houden. Ik keek op mijn horloge. Ik kon nog juist mijn sigaar oprooken en moest dan gaan.

Ik wierp de brieven op tafel en leunde weer in mijn sofahoekje.

Weer scheen ik in het trieste gepeins van daareven te zullen vervallen, weer scheen een sluier over mijn geest te zinken. Doch vroolijker beelden, de geesten uit de drie brieven, hadden zich daartusschen gedrongen en weken niet weer geheel van me vandaan. De stem van het tegenwoordige, die er uit sprak was sterker dan de stem van het verleden, waarnaar ik daareven met het hoofd op de handen geluisterd had — geluisterd, om te bespeuren dat daar veel verwarring in was, en maar weinig rein, rein licht...

En op eenmaal ging de stroom der gedachten, deze eigenmachtige stroom, dien we niet kunnen leiden, naar de vraag: En hoe moet het nu verder?

Dertig jaar! Nogmaals verscheen mij dit cijfer als in lichtende trekken schitterend uit mijn grooten levenshoroscoop, maar het getal was nu geen som, doch het begin van een nieuwe, voortgaande reeks. Hier stond ik, op dezen steen — mocht het dan ook een grafgesteente van tallooze droomen

Sluiten