Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

periode zijner ontwikkeling dateerde. Een aflevering van het half-spiritistische, uit den kring van Du Prei voortkomende maandschrift «Sphinx», dat met andere recensie-exemplaren op mijn schrijftafel verdwaald was, moest daar nog ergens onopengesneden liggen. Wie kon nu ook in een tijdperk, waarin de hersenen bijna hun dienst weigerden bij den stormpas der positieve kennisvermeerdering, op de hoogte zijn van het onzinnige wroeten van een stuk of wat duisterlingen! Maar dat er in het moderne Berlijn, zooals het daar buiten achter de blinkende spiegelruiten van den wagen met zijn duizendvoudig gerucht, met zijn bellen, schreeuwen, stampen, krantengeroep en machinegeratel, met zijn militaire muziek, zijn glimmende politiehelmen, zijn morrende arbeiders, zijn doceerende afvaardigden, zijn met geld rammelende beurslui, en levenslustige langs de trottoirs flaneerende «Lebemanner» tot den fluitenden schoenmakersjongen incluis, het groote wilde, zenuwachtige karnaval van iederen dag opvoerde — dat er in die stad menschen zouden zijn, die als beroep uitoefenden het oproepen van de doode geesten van van ouderdom gestorven oude generaals, en andere menschen, die daarvoor honderden marken betaalden — dat was voor mij zóó nieuw en verrassend alsof men mij gemeld had dat er op de Hazenheide een toernooiveld voor geharnaste ridders was of een geeselplaats van middeleeuwsche flagellanten in in Berlijn West.

Hoog boven de straat en boven onze tram rumoerde juist een dof rommelende trein van de stadsbaan over zijn steenen gewelven, een witte stoomsliert trok voor het wazige blauw van den hemel — als een trotsche, door reuzenhanden opgebouwde kolossus stond daarachter de steile Raadhuistoren met zijn scherpe kanten .... bleef er dan heusch op deze wereld nog een hoekje vrij voor zulke kinderspelletjes? Kinderspelletjes — bakersprookjes! De min uit het Spreewald met haar bonten rok, die zich daarginds met den aan haar hoede toevertrouwden zuigeling forsch baanbrak door de menigte, zag er al waarlijk niet meer uit om nog aan geesten te gelooven — en dan die sluwe Berlijnsche grootestadskinderen, die van den eersten dag af de lucht der straten ingeademd hebben. . .

Maar er was geld met die séances te verdienen. Ja, daar zat 'them! Waar er geld mee binnenkomt, daar heeft de zwendel reden van bestaan, al was hij nóg zoo ouderwetsch. Bij slot van rekening was het toch wel een geniale streek om bij het spoken van den grooten internationalen wereld-

Sluiten