Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was om er in te verzuipen. Toen ben ik op het leuke idee gekomen, dat als men de deur eens knaphandig zöö inrichtte, dat ze op het oogenblik, dat het smerige spook naar buiten komt, plotseling achter hem dichtsloeg en den terugtocht naar de andere kamer afsloot, dan drommels gauw blijken zou: öf dat de geest door het sleutelgat kruipen kan óf dat hij is wat we weten willen: n. 1. onze lieve mister Thomas zelf. Ziet nu eens hier >

De inrichting was inderdaad zoowel praktisch als eenvoudig. De vleugels der deur gingen open naar de zijde van het kleine bibliotheekvertrek. Als ze vast dichtsloegen, dan was ze open maken van de zijde, waarde portiére hing, onmogelijk. Dat toeslaan kon bewerkt worden van uit het vertrek, waar de toeschouwers waren en wel door een klein mechanisme. Aan de beide bovenste hoeken der deurvleugels was een koord bevestigd. dat over een achterdeneerstenvleugeltegendenhouten deurstijl aangebracht raadje liep, aan den kant der portière boven de deurbekleeding heenliep en in het vertrek der toeschouwers langs een plint aan den wand ging, die het verborg en zöö tot aan de portière van een zijdeur, waar het zoover naar beneden viel, dat iemand, die daar zat, het zonder moeite grijpen kon. De raadjes in de hoeken waren, om ook het minste geruisch te vermijden, van hout gemaakt, het koord was zorgvuldig gespannen en ingezeept en het geheel zoo goed mogelijk verborgen door het met een houtkleur te verven en door het Perzische voorhang zoo doelmatig mogelijk te drapeeren.

Ten slotte was het afhangende gedeelte door middel van was aan de lijst van een muurfries bevestigd. Fedor wilde tijdens de séance een plaatsje daar dichtbij uitkiezen en op een geschikt oogenblik de deuren toe laten klappen. Edmond kreeg in opdracht op hetzelfde oogenblik op te springen, om het spook, dat niet meer terugkon, vast te grijpen.

Ik moet erkennen, dat iedere mystische huivering, die het woord «spiritisch* nog in me had kunnen opwekken, onmogelijk gemaakt werd door het zien van deze nuchtere vossenval. Een oogenblik voelde ik zelfs iets als medelijden voor den armen bedrogen bedrieger, die als een gefopte spitsboef met inspanning van al zijn kunstgrepen zelf de kamer zou binnendringen, waar de loerende politieagent hem wacht. Maar de vent was werkelijk te dom, dan dat men medelijden met hem kon hebben. Zelfs de humor had hier zijn grenzen.

Sluiten