Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een der schatten uit mister Thomas' pak thuis kon brengen, rakelings langs het oog. Ook de luitenant en zijn dame moesten wel velerlei gewaarworden; tweemaal stiet een geparfumeerde krullebol tegen mijn slaap, een teedere vrouwenstem zei halfluid: — Neen, laat dat..., waaruit men kon besluiten, dat in dezen hoek de geesten al vrij intiem waren.

Niet alleen ten opzichte van de snelheid, maar ook ten opzichte van de kracht, waarmede zij zich voordeden, kregen de verschijnselen langzamerhand een bijna angstwekkend karakter. De tafel trilde en kraakte, de gitaar hief zich omhoog, vloog over ons hoofd weg en viel onder de tafel. Weer steeg ze omhoog, zweefde een tijd lang zacht klinkend in de lucht, en kwam toen juist niet heel zacht op het hoofd van den graaf rechts van me neer, bij welke gelegenheid een onopgehelderde bijverschijning van iets, wat beslist zeker een mouw en een manchetknoop was, zoo dicht langs mijn mond streek, dat ik ze, als ze een halve seconde langer gebleven ware, met de tanden had kunnen vastgrijpen. Er kwam echter nog meer: de zware speeldoos ruischte spelend, met sterke akkoorden in de vreemdste toonmengelingen over ons heen.

— Met alle respekt voor de geesten, mister Thomas, maar zoo straks komen er bebloede koppen, hoorde ik Edmond tamelijk luid zeggen.

— Wees maar niet bezorgd, mijnheer, de spirits zijn vandaag niet kwaadaardig.

Dat «vandaag» klonk werkelijk vertrouweninboezemend.

Boem!... de massieve kast had tusschen het bruidspaar door moeten gaan ...

— Maar neem me nu niet kwalijk! kraakte de stem van den luitenant. — O, o!— echode tegelijkertijd een huilerige meisjesstem.

— Dames en heeren, het schijnt mij toe, dat hier tegenover me de keten niet zóó gesloten blijft, als dit noodig is, hoorde men nu mister Thomas tamelijk uit de hoogte zeggen. De hemel mocht weten of de keten in dien hoek wel ooit behoorlijk aangesloten geweest was.

Na deze botsing bleef alles eenige minuten lang stil. Toen hoorden we een eentonig ratelen onder de tafel: de speeldoos werd weer opgewonden.

— Is het afgeloopen? vroeg de graaf.

Men hoorde opnieuw een licht gefluister en in de tafel een rumoer als van een verliefden boorworm.

Sluiten