Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den muur, waar het koord, waaraan hij gehangen zou worden, met was vastgekleefd was.

— Drommels, mompelde Fedor, ik moet hem daar vandaan halen, straks leunt hij nog tegen het koord. Ik zal hem een paar komplimenten van jou gaan overbrengen, om hem heel op zijn gemak te zetten.

— Mijn vriend is letterlijk betooverd, hoorden we hem dadelijk daarop zeggen. Van zoo iets heeft hij zelfs nog nooit gedroomd. Phenomenaal, phenomenaal, m'n waarde heer Thomas!

In het zelfde oogenblik kwam de graaf naar mij toe.

— Wat 'n verschikkelijke onzin, niet? barste ik uit, toen onze blikken elkaar ontmoetten.

... ~ Niet te hardop, heer doctor, zei hij lachend, en, terwijl hij langzaam met zijn lepeltje in het kopje roerde, dat hij in zijn linkerhand hield, keek hij mij met zijn diepe oogen heel rustig aan.

— Zeker is het onzin. Maar we moeten niet vergeten dat we allen vooringenomen waren en wel tegen dien armen drommel. Hij verdient trouwens niet beter, die schoft!

Ik had het idee, dat er een grens was, waarbuiten er geen sprake meer kon zijn van «vooringenomenheid.» Was het «vooringenomenheid» als we verwachtten, dat een steen in de vrije lucht loodrecht omlaag zou vallen inplaatsvan naar boven te tuimelen? Doch ik antwoordde niets en ons gesprek liep verder uitsluitend over onverschillige dingen, zooals men pleegt te doen in een salon, waar de atmosfeer van thee en broodjes als een moreelen eisch de absolute onbelangrijkheid der gesprekken schijnt mee te brengen.

De vastgestelde pauze van tien minuten dijde weer uit tot een half uur. In weerwil van zijn vrees voor helder licht, had mister Thomas nu in de kleine bibliotheekkamer de lichtkroon laten aansteken om vóór den slag zijn nieuw operatieterrein nauwkeurig te kunnen opnemen. Fedor en de graaf, door een knipoogje geroepen, volgden hem daarbij als twee politie-spionnen op de hielen; mister Thomas merkte inderdaad niets, in weerwil van het helle licht. Een seconde dreigde er gevaar: hij uitte plotseling het verlangen dat de vleugeldeuren vaster dicht getrokken zouden worden. Maar ook dit ging voorbij, toen Fedor iets stotterde van «geklemd» en «uitgezet». De gasvlammen werden tot op een na weer uitgedraaid, de draperie voor de deur geschoven, zoodat men van buiten af niet meer naar binnen kon zien.' Edmond, de luitenant en ik moesten daarna nog een oogenblik

Sluiten